Premium

Column over dementie: ’Het is een teken dat hij wil gaan’

’Pap wordt zo naar het ziekenhuis gebracht per ambulance. Hij heeft een hersenbloeding gehad’. Het telefoontje maakt me meteen aan het huilen.

Pap is de laatste tijd harder achteruit gegaan dan mam en heeft al enige tijd de diagnose vasculaire dementie. Maar hij was fysiek zo fit dat we er altijd van uit zijn gegaan dat hij mam zou overleven. Ik rijd snel naar het ziekenhuis. Mijn broer Ron is er al. We omhelzen elkaar bedroefd. Hij heeft door een openstaande deur een scherm gezien met de weergave van de eerste scan, vertelt hij. De ene helft van de hersenen was helemaal rood. Een dokter komt naar buiten met een zorgelijk gezicht. ’Uw vader heeft een zware hersenbloeding gehad. Hij is halfzijdig verlamd. We zijn bezig met een tweede scan om te kijken of hij een bloedprop heeft die operatief te verwijderen is.’ De bloedprop wordt gevonden, maar een operatie blijkt te riskant. En zonder iets te doen is de kans op sterven erg groot. Als hij de komende 72 uur overleeft, zal hij voor altijd bedlegerig worden. Of misschien in staat zijn in een aangepaste stoel te zitten. Maar hoogstwaarschijnlijk met behoud van verlammingsverschijnselen. ’Willen jullie dat jullie vader levensverlengend behandeld wordt?’ Deze vraag hoop je nooit te hoeven beantwoorden. Het is het begin van een week lang helse beslissingen moeten nemen en ze vervolgens weer terugdraaien, want wat doe je als de helft van de kinderen zegt dat hij moet kunnen gaan en de andere helft vindt het absoluut niet het juiste moment om hem los te laten? We lichten familie in, waken, zoeken voor de zekerheid een begrafenisondernemer, appen, huilen, lachen, hebben zenuwen en slaaptekort en overschrijden vrijwillig onze grenzen. Een week van liefde en saamhorigheid, meningsverschillen en hoog oplopende emoties. En weer met elkaar op een lijn komen. Pap ligt ondertussen onrustig met hoge koorts op bed. Waarschijnlijk met een longontsteking. Er wordt voorspeld dat hij deze nacht niet gaat halen. Vervolgens raakt de sonde los en het infuus ook. We zien het als een teken dat hij wil gaan. Zonder sonde en infuus heeft hij een rustige nacht. We halen opgelucht adem. De pastoor en de hele familie staan om zijn bed als we tijdens een ontroerende ceremonie afscheid nemen. We danken, vieren en huilen samen.

Net binnen