’Polsstokhoogspringen is geen ingewikkelde sport’, zegt recordhoudster Femke Pluim. ’Je moet gewoon over die lat, klaar’

Femke Pluim: ,,Je mag best af en toe stilstaan bij wat je hebt gepresteerd, vind ik.’’
© Foto Orange Pictures
Alphen aan den Rijn

,,Je kunt de hele dag denken aan een limiet die je moet halen, maar spring je daar hoger van?’’, vraagt polsstokhoogspringster Femke Pluim zich af. ,,We moeten het allemaal niet te ingewikkeld maken.’’

,,Het gaat om vertrouwen en plezier hebben in wat je doet. En je mag best af en toe stilstaan bij wat je hebt gepresteerd. Dat doen topsporters veel te weinig, vind ik. Vaak wordt er meteen al weer gedacht aan een volgende wedstrijd. Waarom mag je niet even trots zijn? Dus ja, ik heb de laatste weken echt genoten.’’

De lach is dezer dagen bijna niet van haar gezicht te krijgen. Femke Pluim meldt zich zondag dan ook vol vertrouwen op het NK indoor in Apeldoorn. De 26-jarige Alphense zit goed in haar vel getuige haar prestaties van de laatste weken. In Frankrijk verbeterde ze tot twee keer toe haar eigen uit 2016 stammende nationale record van 4.50 meter. In Bordeaux en Tourcoing sprong ze respectievelijk over 4.51 en 4.52 meter.

Voetblessure

Voor de buitenwacht komen die prestaties misschien uit de lucht vallen, maar Pluim heeft altijd geloof gehouden. Een slepende voetblessure hield haar lang in de luwte. ,,Misschien leek het alsof ik het kwijt was, maar vaak speelde die blessure bij wedstrijden toch weer op. En dan gaan mensen misschien denken: ’ze kan het niet meer’.’’

De records die ze in Frankrijk neerzette, voelen dan ook als een overwinning. Niet zozeer op zichzelf, maar ook op de omstandigheden. ,,De coronabeperkingen hebben mij er niet onder gekregen, zo zie ik het een beetje. Ik kon niet met mijn polsstok het bos in gaan om te kijken over welke tak ik eens zou springen. Maar toen Papendal na de zomer weer openging heb ik best goed kunnen trainen. Ik moet ook niet klagen, zo slecht heb ik het allemaal niet.’’

Haar relativeringsvermogen heeft haar een eind op weg geholpen. Al is het NK indoor van dit weekeinde voor Pluim sowieso geen evenement waar ze met bibberende knieën naar toe zou gaan. De atlete van AAV ’36 staat in Nederland op eenzame hoogte. ,,Maar een NK is een NK en een titel is een titel. Ik ben benieuwd hoe het gaat, zo zonder publiek. Een titel is fijn maar ik wil vooral goed springen. Dus doe mij maar een hoge sprong.’’

Wil ze afgevaardigd worden naar het EK indoor in maart, kan ze een hoge sprong goed gebruiken. De limiet voor dat EK ligt maar liefst op 4.61 meter. ,,Natuurlijk zit dat in mijn hoofd maar het heeft geen zin als ik daar de hele dag mee bezig ben. Polsstokhoogspringen is geen ingewikkelde sport. Je moet gewoon over die lat heen, klaar.’’

Spelen

Nu de zon weer tevoorschijn is gekomen, lonkt ook het outdoorseizoen. En net als in 2016 voor Pluim misschien wel deelname aan de Spelen. Al ligt de limiet (4.70 meter) twintig centimeter hoger dan vijf jaar geleden. In 2016 waren er deelnemers die de limiet zouden hebben gesprongen, maar bij de Spelen niet eens in de buurt kwamen van die hoogte. Om dubieuze praktijken uit te bannen is er, naast een strengere limiet, ook gekozen voor een mogelijkheid tot plaatsing via een internationale rangschikking.

Toch voelt dat nieuwe systeem niet helemaal eerlijk, vindt Pluim. ,,Het kan zijn dat iemand die lager springt wel naar de Spelen gaat en jij niet. Je moet je wedstrijden dus goed uitzoeken. Je moet weten waar er punten zijn te verdienen. Ik ben niet zo’n internetspeurneus maar dat zou nu eigenlijk wel moeten. Ergens in Oezbekistan zijn punten te verdienen, dus daar moet je heen. Daar kun je om lachen maar mensen doen rare dingen. Dit voelt een beetje krom en ook wel suf. Ik wil de strijd aangaan in het echt en niet achter een computer.’’

Net binnen