Carillon Lodewijkskerk straks met de vuist bespeeld

Leiden

Het carillon van de Lodewijkskerk aan het Steenschuur krijgt een stokkenklavier en een grote opknapbeurt. Daarmee wordt dit carillon naast de stadhuisbeiaard het tweede carillon in Leiden dat live bespeeld kan worden.

Hein van Woerden van het Leids Carillon Genootschap is blij dat er voldoende geld binnen is gehaald, dankzij een legaat en een inzamelingsactie. Het ontwerp van het stokkenklavier is inmiddels getekend. ,,Wanneer het precies klaar is weten we nog niet, en wie het carillon straks gaat bespelen is ook nog niet duidelijk, maar we kunnen aan de slag. En dat is nu het belangrijkste.”

Pieter de Gheijn uit Mechelen leverde het eerste carillon in 1598. De oorspronkelijke Jacobskapel was door het stadsbestuur verbouwd tot Saaihal, de locatie waar de Leidse saaien - een soort lakens - werden gekeurd en verhandeld. De beroemde Leidse stadsorganist en componist Cornelis Schuyt werd aangesteld om de melodieën te maken voor het carillon.

In 1642 werd het klokkenspel verwijderd vanwege bouwvalligheid van de toren. In 1651 werden de klokken weer teruggeplaatst om in 1715 definitief te worden weggehaald en omgesmolten. In 1807 werd de Saaihal zwaar, maar niet onherstelbaar beschadigd door de buskruitramp en mede door toedoen van koning Lodewijk Napoleon verbouwd tot de huidige rooms-katholieke kerk.

Een tijd lang was de toren in gebruik als uitkijkpost en eigendom van de gemeente. In 1961 werd het kerkbestuur weer eigenaar en dat bestelde toen ook meteen maar een nieuw carillon, bij de firma Eijsbouts. Deze carillonbouwer voert ook nu de werkzaamheden weer uit.

Onbarmhartig

Van Woerden: ,,In de jaren zeventig raakte het carillon in onbruik, op een gegeven moment deden veel klokken het niet meer. Twaalf jaar geleden vroeg de parochie mij om naar het herstel van het carillon te kijken, waarna we het voor weinig geld opknapten. Maar nu blijkt dat er groot onderhoud nodig is. De omstandigheden zijn onbarmhartig: de klepels en hamers hangen in weer en wind. Die hebben heel wat te doorstaan. We willen dit carillon op dezelfde manier restaureren als we met het stadhuiscarillon doen. De hamers, die nu aan de buitenkant zitten (en waarmee de melodieën worden gemaakt) hangen we aan de binnenkant. De klepels, die de klokken luiden, zijn niet meer nodig. Dat kan nu allemaal met de hamers gedaan worden.”

Toen het besloot tot het uitvoeren van het groot onderhoud, bedacht het genootschap dat een stokkenklavier ook mooi zou zijn. Tot nu toe kan het carillon alleen automatisch worden bespeeld. ,,Met een stokkenklavier kun je dat met de hand doen. Het stokkenklavier wordt radiografisch bestuurbaar. Je slaat met je vuisten op die stokken en dan worden de signalen elektronisch doorgegeven aan de klokken.”

Het genootschap wil in de toekomst concerten gaan geven met het carillon. ,,Waarschijnlijk gaat de beiaardier van het stadhuiscarillon ook dit carillon bespelen, maar dat besluit is nog niet genomen.”

Net binnen