Brief die naast een container in Kaag en Braassem verzeild raakt, breekt geadresseerde op

Een andere container, maar een vergelijkbaar probleem als in Kaag en Braassem.
© Ron Pichel Fotografie
Kaag en Braassem

Gooi nooit papier in een ondergrondse container waarvan de klep niet meer dicht kan. Het kan je namelijk ongenadig op kosten jagen.

Dat leert een uitspraak van de Raad van State in een zaak die een inwoner van Leimuiden had aangespannen tegen zijn gemeente Kaag en Braassem. Nadat op 17 augustus 2020 papier was aangetroffen naast een papiercontainer op het Noordeinde in Roelofarendsveen, werd hij daar namelijk op aangesproken.

Volgens de gemeente was dat logisch: er zat namelijk een brief bij die aan hem geadresseerd was. Omdat de Leimuidenaar de brief niet naast maar in de container zou hebben gegooid, voelde hij zich echter allerminst aangesproken.

Doordat de gemeente de opgelegde negentig euro ’bestuursdwang’ niet wilde laten schieten en de burger al even principieel weigerde te betalen, kwam het tot een zitting in Den Haag. Daar meldde de Leimuidenaar dat hij de vrijdag of zaterdag voor de vondst een klein beetje papier, waaronder de aangetroffen brief, in de container had gestopt waarvan de klep niet meer dicht kon.

Overtreder

Hoezeer hij ook benadrukte dat hij niet weet wat er daarna voor heeft gezorgd dat de brief naast de bijna volle bak terecht is gekomen, de Raad van State was het met de gemeente eens dat hij als overtreder moet worden aangemerkt.

Immers, in artikel 5, tweede lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Kaag en Braassem 2018 is bepaald dat inzamelvoorzieningen na gebruik goed gesloten moeten worden. Vonnis: hij moet inderdaad de negentig euro betalen, plus 48 euro griffiekosten.

Net binnen