Lezersdilemma: ’Mijn schoonzus wil ieder jaar een ander huisdier’

Op deze plek delen lezers hun dilemma’s. Anderen reageren erop. Vandaag: Claudia is een beetje klaar met haar schoonzus. Die wil ieder jaar een ander huisdier. En ze rekent erop dat de familie haar helpt om de beestenboel goed te huisvesten. Reageren kan via dtv@mediahuis.nl

Claudia (38): „Mijn schoonzus is - op zijn zachtst gezegd - nogal wispelturig. Vroeger verhuisde ze ieder jaar en voor ze ja zei tegen mijn zwager, heeft ze zeker twaalf keer verkering gehad. Nu ze met mijn zwager is, lijkt ze in de liefde tamelijk honkvast. En warempel: ze wonen al vijf jaar in hetzelfde huis. Maar met haar dierenliefde houdt ze de onrust van vroeger. Eerst hadden ze een grote hond. Ideaal om inbrekers af te schrikken, zei ze toen de brute blaffer bij ze in huis kwam. Mijn zwager is niet zo handig, dus kreeg mijn man de vraag of hij een hok voor hun nieuwe huisgenoot kon maken. Uit allerlei bladen had ze foto’s geknipt van de mooiste hondenhokken. Mijn man kan dat en houdt niet van prutswerk, zodat er al snel een hondenpaleis stond. Prima model, strak in de verf. Na een jaar kreeg ze wel in de gaten dat een grote, luidruchtige hond niet ideaal is en werd Berend de blaffer ingeruild voor Pom de poedel. Pom was zó klein dat hij ongeveer verdwaalde in het megahok, dus kreeg mijn man het verzoek om een kleinere hondenvilla te bouwen.

Nog geen jaar later maakte Pom er een gewoonte van om ’het’ bij hen thuis in de kamer te doen. Dus: weg Pom. Al gauw had ze een nieuwe droom: een jong katje. Een collega van haar had een nest met kittens en ze mocht de liefste uitzoeken. Mijn man werd meteen gebeld om een kattenluikje in haar keukendeur te maken en een klimpaal in de kamer te installeren. Maar ook dit duurde niet lang: toen poes begon te verharen en haar halve vacht op hun dure bank had achtergelaten, was de maat vol en ging het poezenbeest terug naar de boerderij waar ze ter wereld was gekomen.

Daarna wilde ze vogels. Mijn man is een paar zaterdagen bezig geweest om een volière in hun tuin te bouwen, waarna ze een kleurig zangkoor van parkieten, kanaries en zebravinken aanschafte. Het duurde geen jaar. Toen ontdekte ze dat het vogelvoer ook muizen en andere narigheid aantrok. Dus: weg vogels. De volière ging op Marktplaats in de aanbieding. Daar heeft ze warempel nog geld voor gehad. Dat ze dat niet met ons heeft gedeeld, zit me dwars, maar er zijn ergere dingen. Zoals de vijver die ze nu in de tuin wil hebben. Je raadt het al: ze heeft al een ontwerp met plastic, waterplanten en een pomp, zodat haar goudvissen straks een koninklijk zwembad krijgen. Of mijn man eens wil nadenken hoe hij zo’n ding kan maken, vroeg ze. Hoewel ik niet eens verbaasd meer was, kreeg ik wél meteen de kriebels. Hij was zo beleefd om te zeggen dat hij erover zou nadenken. Ze is nu eenmaal een dierenvriend, redeneert hij. Maar ik wil dat hij nee zegt. Je kunt toch niet aan de gang blijven met zulke onzin?”

Net binnen