Strijd rond permanente bewoning recreatieparken Kaag en Braassem verhardt zich

Jeroen Rodewijk op Park de Braassem in Roelofarendsveen: ,,Op dit gebied is er geen expertise in huis in de gemeente.’’

Jeroen Rodewijk op Park de Braassem in Roelofarendsveen: ,,Op dit gebied is er geen expertise in huis in de gemeente.’’© Foto Hielco Kuipers

Paul van der Kooij
Roelofarendsveen

’Lachwekkend’. En: ’Een bewijs dat er op dit gebied geen expertise in huis is in de gemeente’.

In brieven aan raadsleden halen bewoners en eigenaren van huisjes van Park de Braassem in Roelofarendsveen en Bungalowpark Oudendijk in Woubrugge keihard uit naar B en W van Kaag en Braassem. Aanleiding is een brief die de bestuurders aan de raad stuurden en op de gemeentelijke website zetten.

Rode draad daarin is dat de gemeente wel moét optreden tegen mensen al vanaf begin maart 2007 permanent woonden op parken als deze. Een gemeente die recreatiegemeente wil zijn, moet in hun ogen namelijk genoeg ruimte voor verblijfsrecreatie bieden. Ook zou, wanneer de gemeente recreatieparken de bestemming wonen geeft, de provincie haar kunnen terugfluiten.

B en W geven weliswaar aan dat er ’ruimte lijkt te ontstaan bij de provincie voor permanente bewoning’, maar parken als De Braassem en Oudendijk vallen daar volgens hen niet onder: ’Die geldt alleen voor recreatieparken met niet meer dan twaalf recreatiewoningen.’ En met twintig tot zestig woningen zitten Oudendijk en De Braassem daar boven.

Halve informatie

’Halve informatie’ noemt een actiegroep namens de twee parken. Want, zo haalt vertegenwoordiger Jeroen Rodewijk aan, ’onze parken vallen helemaal niet onder de definitie die de provincie aan een verblijfsrecreatiepark geeft’. Die heeft het namelijk over ’een terrein van enige omvang met een recreatief karakter, met gemeenschappelijke voorzieningen en overeenkomstige inrichting en juridische bestemming bedoeld om recreatiewoningen voor tijdelijk verblijf, bedrijfsmatig te exploiteren.’

Op de bewuste parken zou daar geen sprake van zijn: ’We hebben geen gemeenschappelijke voorzieningen op de parken en alle kavels en chalets zijn in particulier bezit’.

Het argument dat recreatiewoningen niet geschikt zijn om in te wonen raakt volgens de actievoerders ’kant noch wal’: ’Ik weet niet uit welk stenen tijdperk de schrijvers van deze brief komen, maar tegenwoordig zijn recreatiewoningen juist goed geïsoleerd en voorzien van cv. Ik denk dat er binnen onze gemeente nog genoeg huizen/appartementen zijn die minder goed geïsoleerd zijn, dus die bewoners moeten dan ook maar hun uit huis in de winter?’

Al met al hebben de bewoners en eigenaren op de parken, die in maart te horen kregen dat de gemeente er wil gaan handhaven, het gevoel dat ze ’iedere keer maar weer moeten uitleggen hoe het zit’.

September

Door het inmiddels begonnen zomerreces wordt de brief van B en W pas in september door de raad behandeld. Als het aan de actiegroep ligt, komt er voor die tijd een avond waarop beide partijen ’een oplossing kunnen zoeken’: ’Dit soort brieven brengen alleen maar meer onduidelijkheid met zich mee.’

In hun brief opperen B en W overigens wel dat de aangekondigde handhavingsoperatie naar 2024 kan worden doorgeschoven. Ook zijn ze bereid om mensen met gezondheidsproblemen en mensen die kunnen bewijzen dat het zoeken van een andere woning ondanks veel pogingen niet lukt geen half jaar maar zeker een jaar de tijd te willen geven de woning in kwestie te verlaten.

Net binnen