Premium

Stadsecoloog Wouter Moerland: Moeder Natuur heeft met Leiden de beste plannen

Stadsecoloog Wouter Moerland: Moeder Natuur heeft met Leiden de beste plannen
Wouter Moerland is de Stadskweektuin tegenover het voormalige Belastingkantoor.

Zacht zoemend vliegt het insect met zilveren vleugels van bloem naar bloem. ,,Zal ik hem voor je vangen?’’, vraagt de Leidse stadsecoloog Wouter Moerland (35). ,,Dan kun je hem wat beter bekijken.’’ Hij zet twee, drie ferme stappen in het hoge gras van de Morssingel. Hij zwaait en grijpt en hebbes! Daar houdt hij de verbaasde witte halvemaanszweefvlieg al in de holte van zijn hand. We bewonderen de zilverwitte strepen op zijn achterlijf, zijn ragfijne pootjes en doorzichtige vliesvleugels. ,,Er is ook een gele variant.’’ Dan spreidt hij zijn vingers en weg is de ongetwijfeld opgeluchte vlieg.

Wouter Moerland is de indirecte opvolger van de bekende Leidse stadsbioloog Frits van der Sluis, die in 2016 na veertig trouwe dienstjaren met pensioen ging. Leiden huurt hem voor twee dagen per week in van het in Rotterdam gevestigde Bureau Stadsnatuur, een afdeling van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Maar Rotterdammer is hij geenszins. Hij is een Leidse bioloog, die als student nog in de collegebanken heeft gezeten bij de in Leiden bekende bioloog Rinny Kooi. Voor Bureau Stadsnatuur werkt hij sinds 2008.

We hebben afgesproken voor NS-station Leiden Centraal. Dat lijkt, zo hartje stad, geen ideale plek voor de natuur. Maar schijn bedriegt. Moerland wijst op de taxistandplaats op het Stationsplein, en spitst de oren. Daar horen we al vrolijk mussengetjilp van onder de taxistandplaats op het Stationsplein. ,,Mussen zijn echte cultuurvolgers. Hier doen ze het goed. Ze vinden genoeg te eten en ze vinden bescherming tussen de gestalde fietsen.’’

De mussen voelen zich hier thuis, nu ze nestkasten hebben waar ze veilig kunnen slapen, en waar ze kunnen broeden. Een opmerkelijk succes, zegt Moerland, al kijkt hij wel met licht wantrouwen naar de zwart-witte kater die tegenwoordig ook rond de taxistandplaats rondhangt.

Stadsecoloog Wouter Moerland: Moeder Natuur heeft met Leiden de beste plannen
Met zachte handen houdt Moerland de zweefvlieg in een stevige greep.
© Fot oLeidsch Dagblad

De natuur in Leiden is goed gedocumenteerd. Dat gebeurt in het Stadsnatuurmeetnet, dat sinds 2004 bestaat en dat nu wordt beheerd door Bureau Stadsnatuur. Volgens een vast stramien, en op vaste locaties, houden ecologen precies bij waar zij vlinders, libellen en vleermuizen zien en verder alles wat maar leeft, groeit, vliegt en bloeit. Het heeft een schat aan gegevens opgeleverd, waaruit heel precies blijkt welke soorten het goed doen, en welke minder. Sinds de plaatsing van ondergrondse afvalbakken in Leiden neemt het aantal zilvermeeuwen bijvoorbeeld af - ’vijftig procent in tien jaar’, maar het aantal kleine mantelmeeuwen niet.

Als stadsecoloog heeft Moerland een ’vrije rol’. Hij moet het gemeentebestuur, zoals dat heet, ’gevraagd en ongevraagd’ van advies dienen: ,,En ik heb een sterke mening’.

Stadsecoloog Wouter Moerland: Moeder Natuur heeft met Leiden de beste plannen

Hij heeft het tij mee. Wethouder Martine Leewis (Groenlinks) werkt aan een Groene Kansenkaart, die de stad groener, natuurlijker en leefbaarder moet maken. Met tegeltuinen, ’tiny forests’, groene daken en natuurlijke bermen met kruiden, klavers en hoge grassen wil de stad de biodiversiteit vergroten. Inheemse bomen, variërend van beuken tot berken, zijn goed voor vlinders, bijen en sprinkhanen. Als het beleid aanslaat, verwacht hij ook meer gierzwaluwen, vleermuizen en dagvlinders. Wat het beste is, verschilt per situatie. Op ’stenige’ plekken, waar extreme omstandigheden heersen, kan één enkele boom al verlichting brengen.

Moerland waarschuwt echter voor al te veel planning - de beste plannen komen vaak van Moeder Natuur zelf. ,,Er moet ook spontaniteit zijn.’’ Geef haar daarom de ruimte, is zijn advies. Waar kleine klaver opschiet tussen de tegels, ontstaat leefruimte voor wilde bijen.,,Poets de stad niet te schoon. Waar kansen ontstaan, zal de natuur die grijpen.’’