Premium

Jaar na noodverordening is rust weer terug in Noordwijkse wijk Boerenburg

Het dagelijks leven in de Noordwijkse buurt Boerenburg gaat zijn gangetje. Niets lijkt nog te herinneren aan die verhitte zomerdagen van 2018, waarin intimidaties aan het adres van bewoners en politie en brandstichtingen - met de teloorgang van een busje voor speciaal onderwijs als absoluut dieptepunt - het nieuws domineerden. Toenmalig burgemeester Jan Rijpstra zag geen andere weg dan een noodverordening af te kondigen. Precies een jaar later is de rust in de wijk weergekeerd.

De aanpak van de overlast in Noordwijk is even helder als effectief geweest. Enerzijds zijn de vermeende brandstichters van destijds opgepakt om zich later voor de rechter te verantwoorden. Anderzijds is veel uit de kast getrokken om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Daarbij ging het niet alleen om het terechtwijzen van de overlastgevers, maar vooral ook om het belonen van goed gedrag onder de jongeren. Het resultaat is ernaar. De klachten van wijkbewoners zijn fors afgenomen, terwijl de jongvolwassenen de beschikking hebben gekregen over een eigen ontmoetingsplek - een blauwe container - aan het Gruenepad. Maar daar is wel heel wat werk aan voorafgegaan.

Straatcontact

Meteen na de noodverordening zijn verschillende partijen rond de tafel gegaan. Politie, gemeente, jongerenwerk, jeugdboa’s (zie kader) en medewerkers van Straatcontact. De expertise van deze laatste organisatie wordt geregeld ingeroepen als zich in een wijk problemen met jongeren voordoen.

Straatcontact bracht de omvang van de problemen in Boerenburg eerst nauwgezet in kaart. ,,Je gaat kijken hoe de wijk eruit ziet, waar de jongeren rondhangen en of we informatie kunnen halen uit bijvoorbeeld het afval op straat of de graffiti op de muren’’, zegt straatwerker Dennis. Een leeg wietzakje op de grond, of een leeg colablikje maakt al het nodige verschil.

Maar niet alleen het verzamelen van informatie was nodig, ook het delen ervan. Heeft een jongere problemen op school dan gaat dat niet alleen de dienstverleners op straat aan, maar kan ook de gemeente een rol spelen. ,,Het gaat om het leveren van maatwerk’’, zegt Patrick Smelt, een van de oprichters van Straatcontact.

Opvoeding

Met de inventarisatie op zak kon het eigenlijke werk beginnen. ,,Je wilt weten wat er op straat speelt en wat de waarheid van de jongens is’’, zegt Dennis. Hij gaf eerst zijn ogen en oren de kost. ,,Ik liep rond totdat zij op mij afkwamen. Wij kenden de verhalen van de politie en gemeente, maar wij wilden hun kant van het verhaal horen. Maar je geeft ook duidelijk aan dat ze tot last zijn. Je zorgt voor bewustwording en opvoeding.’’

Gelijktijdig was het onderzoek naar de brandstichtingen in volle gang, want de daders mochten niet vrijuit gaan. ,,We willen met de gemeente kijken waar de kansen liggen voor de jeugd, maar misdragingen tolereren we niet’’, zegt plaatsvervangend teamchef van politie Luuk Besseling. Dat besef is er ook bij de jongeren, meent wijkagent Aad van Duijn. ,,De meesten keurden de brandstichtingen af. Daar namen ze afstand van.’’

Eind oktober zijn bij grote politieactie de vermeende daders - er waren toen zes aanhoudingen - van hun bed gelicht. Daarmee was het negatieve groepsproces van de Boerenburggroep niet doorbroken. De groep van zo’n 25 tot 30 jongvolwassenen in de leeftijd van zo’n 16 tot 23 jaar had geen geschikte plek waar ze terecht konden. Vertier in de wijk is er niet echt en het nabij gelegen jongerencentrum Hang Out richt zich voornamelijk op de jeugd tot 16 jaar. De straat werd dan ook het domein van de groep.

’PlusMinMee’

Om toch grip te krijgen op de Boerenburggroep is gebruikgemaakt van de ’PlusMinMee-methode’. ,,Daarmee breng je in kaart wie de positieve kopstukken in een groep zijn, wie de negatieve en wie de meelopers zijn’’, zegt Remco Heijstee, die als operationeel specialist van de politie beleidsmatig bij het project is betrokken.

Door de negatieve elementen te negeren, maar juist contact op te bouwen met welwillende jongeren en hun goede gedrag ook te belonen, wordt gepoogd de groep meelopers in het kamp van de ’plussers’ te krijgen. Uiteindelijk moet het ertoe leiden dat de negatieve invloed van de ’minners’ wordt ingeperkt.

,,Maar ook door de persoonlijke aanpak is het aantal negatievelingen nu op één hand te tellen’’, zegt straatwerker Dennis. Jongeren krijgen het signaal dat gemeente en politie niet alleen maar tegen hen zijn, maar dat ze met positief gedrag dingen voor elkaar kunnen krijgen. Besseling: ,,Met alleen maar repressief optreden, druk je de jongeren weg.’’ Heijstee: ,,Je moet die positieve jongeren in een groep steunen.’’ Of, in de woorden van Smelt: ,,Je moet complimenten geven als het goed gaat, maar ook duidelijk zijn als dat niet zo is.’’

Gruenepad

De beloning kwam in de vorm van een zaalvoetbalwedstrijd, maar vooral met de realisatie van een eigen ontmoetingsplek. Aan het Gruenepad staat een container met een klein keukentje, een zithoek met beeldscherm en een biljart waar vertier kan worden gezocht. De deur is alleen open als een straatwerker aanwezig is. Voor de andere momenten is er een semi-overdekte hangplek. Daarnaast is er nog een vergaderplek. Dennis: ,,De aantrekkingskracht van deze plek is er gewoon.’’

De gebruikers zijn er zo aan gehecht dat ze eigenhandig huisregels hebben opgesteld. Dennis biedt waar nodig ondersteuning, of het nou bij het maken van een cv is of de aanvraag van een vergunning. Smelt: ,,Het is nu zelfs zo dat ze hopen dat andere jongeren het niet voor hen gaan verpesten. Ze hebben er dan ook keihard voor moeten werken. Want ga er maar aanstaan om een presentatie te houden voor vijf man van de beleidsgroep.’’

De positieve aanpak werkt, blijkt bij navraag onder bewoners. Ze vinden dat de overlast is afgenomen. Een ervaring die ook alle betrokkenen hebben. Smelt: ,,Wij horen dat ook. Overlast zal er best nog wel zijn, maar de bewoners merken ook dat er wat met hun klachten wordt gedaan.’’ En voor de wijkvereniging is er nog een positieve bijkomstigheid. Op gezette tijden kan de blauwe container ook voor buurtactiviteiten worden gebruikt.

Jeugdboa

Toezichthouders Maikel en zijn collega Bart Jan kunnen - nu het in de buurt veel rustiger is geworden - de aandacht voorzichtig naar andere delen van het dorp verleggen. Ze doen dat in de rol van jeugdboa. Een term die niets zegt over de leeftijd van de beide toezichthouders, hoewel ze toevallig beiden nog jong zijn. De toevoeging jeugd aan de al langer in zwang zijnde afkorting boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) slaat vooral op de specifieke doelgroep waarop zij zich richten. ,,We zijn getraind om met jongeren om te gaan. We willen weten hoe het met hen gaat en wat er speelt, of er dingen zijn waar wij vanaf moeten weten. Gelijktijdig probeer je zorgsignalen op te vangen: gaat het thuis slecht of op school’’, zegt Maikel.

Hoe dat in zijn werk gaat, laten ze zien bij een ontmoeting met een groepje jongeren dat gezellig met elkaar zit te kletsen op een bankje bij het - buiten Boerenburg gelegen - Northgo College. Maikel en Bart Jan gaan een gewoon gesprek, maar gelijktijdig doen ze de nodige informatie op over studie en de motivatie van de jongeren. Na verloop van tijd fietsen ze weer verder. ,,Wij gaan er vandoor, maar hou het hier wel netjes. Als je rotzooi hebt, gooi het dan in de prullenbak.’’

Maikel en Bart Jan kiezen hun momenten uit. ,,Wij gaan niet drie keer op een dag met eenzelfde groep in gesprek. Dat wordt dan vervelend’’, zegt Maikel. ,,Je moet niet vergeten dat de jongens in Boerenburg ook geregeld door Straatcontract en bijvoorbeeld de politie worden benaderd.’’

Kerstboom

Burgemeester Jon Hermans zag, als opvolger van Rijpstra, op haar eerste werkdag de vorderingen. ,,Met oud en nieuw ben ik met de politie mee geweest. Dan zit je toch een beetje met samengeknepen billen, maar Boerenburg bleek bijna de rustigste wijk van Noordwijk te zijn.’’ Heijstee: ,,Er is geen kerstboom in de brand gegaan.’’

,,De kracht van dit project is dat we het in gezamenlijkheid hebben opgepakt. Alle disciplines verdienen hulde’’, meent Hermans. ,,Bovendien weten we dat we dezelfde methodiek kunnen gebruiken als zich weer zo’n probleem voordoet.’’ Al is dat niet de verwachting. Met het in kaart brengen van de jongerengroepen in Noordwijk is het juist de bedoeling dat vroegtijdig bijgestuurd kan worden en escalatie wordt voorkomen.

Voor de uitoefening van hun vak is op verzoek van sommige personen in de artikel alleen gebruikgemaakt van de voornaam.