Premium

Enrico Hazenoot, voorzitter van de Noordwijkse Reddingsbrigade, heeft ernstig respect voor de zee

Enrico Hazenoot, voorzitter van de Noordwijkse Reddingsbrigade, heeft ernstig respect voor de zee
Redder Enrico Hazenoot „Het doét wat met je, als je iemand onder je ogen ziet doodgaan.’’
© Eigen foto
Noordwijk

Hulpverlening aan ’de medemens’ is bijna een halve eeuw de rode draad in zijn leven, de zee is het motief. Daarmee is hij zowel in zijn vrije tijd als voorzitter van de Noordwijkse Reddingsbrigade als in zijn dagelijks werk bij de KLM continu bezig. Afgelopen jaren is er een sterke toename van verdrinkingsdoden. Enrico Hazenoot (58) over de gevaren van de zee, de hulpverlening als rode draad in zijn leven en de keer dat hij van hulpverlener zelf slachtoffer werd.

Dictaat ouders (1)

„Ik heb mijn hele leven vlakbij de zee gewoond (in een huis pal achter de Noordwijkse Koningin Wilhelmina Boulevard, red.), maar als opgroeiende jongen was ik van het voetballen bij VV Noordwijk. Totdat ik op m’n dertiende een enkelblessure opliep en het over was met het voetballen. Mijn ouders zeiden toen tegen me: ga jij maar iets nuttigs doen op het strand, meld je maar als strandwacht bij de Reddingsbrigade.

Ik was meteen gefascineerd door die zee, en keek ook mijn ogen uit naar het reddingsmaterieel. Ik vond het meteen ook een hele serieuze zaak. Stapje voor stapje leerde ik de zee kennen en de mogelijkheden om mensen te helpen en te redden. Ik werd opgeleid tot strandwachter, schipper, chauffeur en postcommandant, ben er altijd blijven hangen en uiteindelijk ben ik er bijna tien jaar geleden voorzitter geworden.”

Dictaat ouders (2)

„Ik heb laatst het huis opgeruimd en kwam oude schoolrapporten tegen: allemaal hoge cijfers. Maar twee van mijn drie oudere broers zwierven meer rond bij de zeilvereniging en in de bunkers dan dat ze op de mulo zaten en bakten er weinig van. Mijn vader dacht: dat gaat me niet nog een keer gebeuren, Enrico, ga jij maar eerst een vak leren. En hij stuurde me naar de LTS in Leiden. Achteraf vond ik dat helemaal niet erg. Ik heb het vak elektrotechniek gezien als goede opstap voor de luchtvaartstudie bij de Anthony Fokkerschool die ik daarna volgde.

Daarna zou ik bij de Marine Luchtvaartdienst gaan werken, maar tijdens de keuring moest ik tekenen dat ik eventueel zou moeten varen in plaats van vliegen. Dat wilde ik niet, ik had al verkering en op de Anthony Fokkerschool was daar niets over gezegd. Mijn marine-carrière heeft dus maar één dag geduurd.

Dat werd dus niks. Ik weer naar huis. Mijn vader was niet verrast en vroeg me: wat nu? Hij zei: we gaan naar school om een sollicitatieformulier te halen voor de KLM, want je hebt een vliegtuigopleiding. En daar werk ik inmiddels al mijn hele leven met veel plezier. Al met al is mijn vader twee keer bepalend geweest in mijn leven: zowel voor de keuze van mijn beroep als voor die van de Reddingsbrigade.”

Rode draad

„Die Reddingsbrigade is ook een heel sociaal gebeuren, behalve individuele leden zijn er hele families als vrijwilligers aan verbonden. Dat is nu zo, dat was ook al zo toen ik er als opgroeiende jongen terecht kwam. Je trekt met elkaar op. Als je deel uitmaakt van die familie, blijf je die altijd trouw.

Zo heb ik daar op m’n veertiende mijn vrouw Liesbeth leren kennen, zij was er ook actief. Met een ander type had het ook niet gewerkt, haha.

Ook mijn kinderen raakten besmet met het ’virus’. Onze jongste zoon zit in de Nederlandse selectie Lifesaving van Reddingsbrigade Nederland en ook in die van Defensie. Dochter Wendy is een van de coaches van het Nederlands junioren selectieteam en ook Roy heeft de opleiding tot strandwacht gevolgd. Die zee blijft de rode draad in mijn leven en ook van ons gezin. Wij zoeken die zee altijd op.”

Enrico Hazenoot, voorzitter van de Noordwijkse Reddingsbrigade, heeft ernstig respect voor de zee
Noordwijker Enrico Hazenoot van de Reddingsbrigade: „Het onvoorspelbare van de zee heb ik zelf ook door schade en schande ondervonden.’’
© Eigen foto

Wat ze doen

„We hebben in Noordwijk ’s zomers drie posten: aan de Langevelderslag, de Duindamseslag en één ter hoogte van de vuurtoren, los van de materialenloods aan de Bosweg. In het badseizoen van eind mei tot het eerste weekeinde van september – zijn we daar elke dag van tien tot zes op onze post. Daar zijn 65 tot 70 vrijwilligers al die maanden voor in touw. Dat is hard nodig. Het fenomeen strandpolitie neemt af. We kunnen alleen onze bijdrage leveren aan de veiligheid, we zijn niet voor de handhaving van de openbare orde. We houden toezicht en helpen drenkelingen uit zee, maar zijn er ook om zoekgeraakte kinderen terug te brengen bij hun ouders en kwallen- en insectenbeten te behandelen. Heel vaak komen we ook ruiters te hulp, die van hun paard zijn gevallen en met rugletsel naar het ziekenhuis moeten worden vervoerd.

In principe zijn de posten altijd bemand, al stortregent het. Bij minder en winderig weer zijn we er voor de kiters, surfers en zeilers. Die kunnen ook in nood komen. En bij mooi weer zijn het de badgasten. En de Polen.”

Polen?

„Nou ja, ik bedoel met Polen in feite de buitenlanders die veel minder met de zee vertrouwd zijn dan wij, of helemaal niet kunnen zwemmen. Vroeger waren dat meestal Duitsers, tegenwoordig zijn het vaker Polen, vluchtelingen en mensen met een niet-westerse achtergrond. Afgelopen juli zijn er twee Polen omgekomen bij de Wassenaarseslag. Op diezelfde dag verdronk er bij Scheveningen een Duitser. Trieste gebeurtenissen op één dag, ook voor de hulpverleners.

Acht jaar geleden is er hier in Noordwijk een jongen van zestien met een Poolse achtergrond verdronken. Net achter de branding viel hij om, ineens moet de grond onder zijn voeten vandaan zijn geslagen. We waren helaas te laat om hem te helpen. Veel strandbezoekers gaan nog steeds naïef en zonder voldoende zelfredzaamheid de zee in, ondanks de goede en professionele voorlichting van de Reddingsbrigades langs de kust. Ik kan het niet genoeg benadrukken: mensen die niet kunnen zwemmen, moeten maximaal tot hun enkels of hooguit hun knieën de zee in gaan.

Zee is de baas

„De zee brengt en haalt. Die kan héél gevaarlijk zijn en veel nemen, zeker de Noordzee. Die is je altijd de baas. Het verschil met de Middellandse zee is dat wij hier te maken hebben met wind- en getijstromingen, met zandbanken, muien en geulen, en het verschil tussen eb en vloed veel groter is. De Middellandse zee heeft dat allemaal niet. En dan heb ik het nog niet over een grotere kans op onderkoeling in de Noordzee.

Onze kust wordt beveiligd door zandbanken, waarop de golven stuk slaan. Leuk om op te spelen. Maar tussen de banken kunnen soms gevaarlijke stromingen ontstaan zee-inwaarts: de muien. Verraderlijk voor baders en zwemmers. Als je voorbij het punt komt waar je nog kunt staan – dat gebeurt van het ene op het andere moment – dan kom je tegen die muistroom in niet meer terug op het strand. Dan moet je wachten tot de stroming afneemt en daarna via de zuidkant uit de stroming richting strand zwemmen. Kún je niet zwemmen, of krijg je kramp, dan is het einde oefening. En raak je in paniek – heel begrijpelijk als dat gebeurt, je ziet de kust van je afgaan, je drijft verder de zee in – dan is het ook afgelopen.”

Eigen ervaring

„Het onvoorspelbare van de zee heb ik zelf ook door schade en schande ondervonden toen mijn zoon Roy nog klein was en met een vriendje in de branding speelde. Hij was een jaar of vijf en had al wel een zwemdiploma. Ik zat met mijn stoeltje aan de waterlijn, pal voor hen. Dat deden we altijd, bewust als mijn vrouw en ik waren van de gevaren, door alle kennis en ervaring bij de Reddingsbrigade. Ik had die twee constant in het vizier. Maar in een split second zag ik ze niet meer. Ik rende de zee in, keek over de golven heen en ze bleken al meters verder te zijn meegesleurd. Net als heel veel ouders werd ook ik door de snelheid van de zee verrast. In rende de zee in, had gelukkig wel grond onder m’n voeten en wist ze allebei het strand weer op te krijgen.”

Grote impact

„Het doét wat met je, als je iemand onder je ogen ziet doodgaan. Dat is me in al die jaren meermalen overkomen. Op het moment zelf lijkt het nog wel mee te vallen – dan giert de adrenaline nog door je lichaam door al je pogingen om die drenkeling te redden.

Zelf hoef ik ze thuis niks uit te leggen. Maar als je je verhaal niet kwijt kunt omdat je geen thuisfront hebt, dan moet je als Reddingsbrigade opvang en nazorg bieden aan de vrijwilligers. Als onze hulp niet meer toereikend is, dan roepen we professionele hulp in via de brandweer. We evalueren een reddingsactie ook altijd met alle hulpdiensten: ambulancepersoneel, politie en KNRM (Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij, red.).

Als ervaren postcommandanten moeten we ons er altijd van bewust zijn waar we onze jonge leden aan blootstellen. Soms is het niet te voorzien dat ze getuige zijn van een verdrinking of reanimatie, maar ik ben er altijd heel scherp op om de jeugd daar zoveel mogelijk van weg te houden.”

Minder kinderen zoek

„Op een gemiddelde stranddag kregen we veertig meldingen van zoekgeraakte kinderen. Dat aantal wordt minder sinds we bij de strandopgangen aan ouders armbandjes uitdelen waarop ze hun mobiele nummer kunnen zetten. Dit seizoen hebben we er zo’n 5000 uitgedeeld.

Ouders, die hun kind kwijtraken, zijn altijd bang dat het de zee in loopt, maar een klein kind doet dat niet zo snel. Dat vindt een kind te koud en te nat. Een kind gaat altijd op in de massa, vooral als er een mierenhoop op het strand ontstaat doordat de vloed snel opkomt en de badgasten moeten ’indikken’. Dus ga je zoeken naar dat jongetje in een blauw zwembroekje of een meisje in een roze badpakje. Als de zoektocht langer duurt dan een half uur, dan wordt de strandpolitie geïnformeerd. Afhankelijk van of het kind wel of niet in zee was, al dan niet kan zwemmen, of het een beperking heeft enzovoort zal de politie doorgaans een burgernet-boodschap uitzenden. Dat gebeurt in Noordwijk gemiddeld een of twee keer per seizoen.”

Cirkel rond

„Mijn vrijwilligerswerk bij de Reddingsbrigade heeft zeker raakvlakken met mijn eigenlijke beroep van Duty Manager Vliegtuigonderhoud op Schiphol. Daar ben ik er in teamverband verantwoordelijk voor dat op het juiste moment het juiste type KLM-toestel technisch gereed staat, zodat er zonder vertraging kan worden gevlogen.

Verder ben ik lid van een direct inzetbaar vrijwilligersteam om collega’s op te vangen en te begeleiden, die betrokken zijn geweest bij een reanimatie, zelfdoding of als stewardess door een passagier zijn bedreigd. Kortom, collega’s opvangen die in hun functie een traumatische ervaring hebben opgedaan. Een mooie en verantwoordelijke taak. Je kunt mensen echt helpen met de verwerking van schokkende gebeurtenissen.

Dat mensen helpen blijft de rode draad in mijn leven. Zo is de cirkel voor mij helemaal rond.”

Paspoort Enrico Hazenoot

Leeftijd: 58 jaar

Woonplaats: Noordwijk

Opleiding: LTS en Anthony Fokkerschool in Den Haag (luchtvaartopleiding)

Beroep: Duty Manager Vliegtuigonderhoud bij de KLM

Maatschappelijk: voorzitter Reddingsbrigade Noordwijk (sinds 2010), waar hij als vrijwilliger sinds 1973 bij betrokken is. Zie ook reddingsbrigadenoordwijk.nl

Hij was raadslid bij Verenigd Noordwijk, later Noordwijk Totaal (1998-2010)

Nota bene: Op 24 november om 14.30 uur worden drie in 1919 verdronken Noordwijkse redders, Jan Cramer, Leendert Hellenberg en Hendrik Vink, en de Katwijkse matroos Amerik Hellenberg herdacht op de openbare begraafplaats aan de Oude Zeeweg.

Burgerlijke staat: getrouwd met Liesbeth, dochter Wendy (32), zoons Roy (30) en Barry (28)