Premium

Haasnoot Bruggen produceert op de kracht van de zon: ’Geen moreel verhaal, maar heel praktisch’

Haasnoot Bruggen produceert op de kracht van de zon: ’Geen moreel verhaal, maar heel praktisch’
Technisch directeur Fred Floor en algemeen directeur Hyuk Brands op een kant-en-klare brug in Katwijk: ,,Wij hebben de gok gewoon genomen.’’
© Foto Hielco Kuipers

Ongemerkt is Haasnoot Bruggen in de zestigjarige historie altijd al vooruitstrevend geweest. Nu ook bewust: het Katwijkse familiebedrijf bouwt tweehonderd bruggen per jaar, door het hele land, volledig op de kracht van de zon. ,,We zijn trots als een aap met zeven staarten dat het is gelukt’’, zegt algemeen directeur Hyuk Brands. ,,Maar het is ook belangrijk dat we niet te nobel overkomen. Het is een aaneenschakeling van toevalligheden geweest. Niet dat we altijd al hebben gedacht: de wereld moet anders. Het is geen moreel verhaal, vooral praktisch. Daarmee hopen we andere bedrijven te inspireren.’’

Het is niet langer nodig om het hele land door te reizen om de elfduizend bruggen te zien die Haasnoot Bruggen door de jaren heen heeft gebouwd. Op de bovenverdieping van het bedrijfspand in Rijnsburg, op een steenworp afstand van Katwijk en Noordwijk, staan ze uitgestald op miniatuurformaat. Dertig schaalmodellen, deels gebouwd door de gepensioneerde Louis van Rossum, na een dienstverband van veertig jaar.

Van strakke, moderne creaties tot traditionele houten ophaalbruggen. ,,Die laatste zijn de heilige graal voor onze bouwers’’, zegt directeur Brands lachend. ,,Van heel veel van die stokoude bruggen zijn geen tekeningen bewaard gebleven. Die moeten we dus zelf weer maken. Daar moet je echt veel ervaring voor hebben. Het leuke is: je krijgt ontzettend veel enthousiaste reacties van bewoners, terwijl niemand ooit iets zal zeggen over een nieuwe stalen brug.’’

Onbekend

Anders dan Katwijkse vis-, veiling-, fruit- en groentebedrijven die landelijk actief zijn, is Haasnoot Bruggen tamelijk onbekend. Ook in de streek zelf, valt Brands op. Veel mensen kennen het pand op bedrijventerrein Klei Oost, omdat ze er regelmatig voorbij rijden. Maar dat daar 45 werknemers in vaste dienst tweehonderd bruggen per jaar bouwen, met hulp van een eigen, inpandige staalproducent en ingenieursbureau? Dat is altijd goed verborgen gebleven.

,,We hadden geen showroom, we lieten klanten niet eens een technische tekening zien’’, zegt Brands lachend. ,,Daar vroegen ze niet om. Nu we ze hier op de bovenverdieping uitnodigen, waar we ons verhaal vertellen, gaat er een wereld voor ze open, die voor ons heel normaal is.’’

Een onbedoeld effect is dat het bedrijf, door de ogen van de buitenstaander, op een andere manier naar zichzelf is gaan kijken. En dan valt pas op hoe vernieuwend het altijd is geweest.

Dat begon al in de jaren zeventig, toen Haasnoot als eerste besloot om bruggen niet langer op de plek zelf te bouwen, met alle overlast en risico’s van dien, maar ze prefab in een loods te produceren en kant-en-klaar af te leveren.

De uitstalling van de benodigde bouwmaterialen op de bovenverdieping maakt inzichtelijk hoeveel variatie en vernieuwing daarin mogelijk is. ,,We willen dat bezoekers weggaan met kennis van de voors en tegens van materialen en milieuvraagstukken’’, zegt Brands, als een volleerd gids. ,,Wat zijn de trends? Wat is het beste materiaal op een specifieke locatie? Je kunt niet zeggen: staal is altijd goed.’’

Trots is hij op de innovaties van zijn bedrijf, die min of meer de standaard zijn geworden. Het stukje rubber tussen twee houten palen, om rotting te voorkomen. Planken gemaakt van glasvezel. Balken van samengeperst bamboe en plastic afval, die niet verkleuren en veel langer meegaan dan hout.

,,Dat zijn vondsten waarop je het meest trots bent’’, zegt Brands, in 1991 begonnen als ’manusje-van-alles’ en sinds drie jaar algemeen directeur. ,,Dat je als kleiner bedrijf in staat bent de norm te zetten. Wij hebben geen afdeling research and development, wij bedenken alles zelf in de avonduren en de weekeinden. Met een kleine ploeg doen we heel veel. Grotere bouwers, die vaak klant van ons zijn, zien dat ook. Dat is het effect van een familiebedrijf, denk ik. Wij zijn wendbaar en kunnen snel beslissingen nemen. Het verschil tussen een zeilbootje en een olietanker.’’

Ontwerpwerk is de specialiteit. Haasnoot Bruggen maakte vorig jaar 24 ontwerpen en kwam veertien keer als winnaar uit de bus. ,,Een enorme score, met gerenommeerde partijen als concurrenten. Dat geeft zelfvertrouwen.’’

Milieuvraagstuk

In die sfeer kwam aan de directietafel drie jaar geleden het wilde plan ter sprake om de bruggen volledig op de kracht van de zon te gaan bouwen. Brands kan er niet over uit dat het nu al voor 93 procent zo ver is - en komend jaar helemaal, als de gaskachels in de productieruimte zijn vervangen door warmtepanelen. ,,Dat is toch schitterend? Ook omdat veel bedrijven echt worstelen met het milieuvraagstuk.’’

De overheid wil dat de economie in 2050 ’circulair’ is. Dat wil zeggen: werken met grondstoffen die onuitputtelijk of herbruikbaar zijn. ,,Voordat je circulair kunt bouwen, moet je circulair ontwerpen’’, zegt Brands. ,,En vooral het besef hebben: wat zijn we eigenlijk aan het doen? We hebben acht punten opgesteld, om die werkwijze aan te kunnen toetsen. Een van de grote onderwerpen daarin is: hoe kun je zo efficiënt mogelijk produceren? Door dat met de kracht van de zon te doen. En dat is gewoon gelukt!’’

Op het dak van het bedrijf liggen 1256 zonnepanelen, genoeg om het productieproces draaiende te houden en nog energie over te houden voor 47 huishoudens. ,,Dat willen we vanaf volgend jaar gebruiken om de drie hallen te verwarmen.’’

Het is wel een ’lastige investering’, benadrukt technisch directeur Fred Floor. ,,Als je een nieuwe vrachtwagen koopt, weet je precies hoe lang het duurt voordat je dat terugverdient. Hier niet, doordat we vooruitlopen op de markt.’’

Gok

Brands: ,,De overheid beloont het ook nog niet, door bij een aanbesteding extra punten te geven voor deze werkwijze. Je kunt er dan ook heel lang over praten, maar wij hebben de gok gewoon genomen. Familiebedrijven zijn eerder geneigd dat te doen, omdat het iets is voor de lange termijn. Wij hebben geen aandeelhouders die ons in de nek hijgen.’’

Ter inspiratie van andere bedrijven benadrukt hij dat bruggenbouwers ’van nature geen groene jongens zijn’. ,,Duurzaamheid was voor ons in het begin lastig. We wisten, zoals veel bedrijven, niet goed hoe we daarmee om moesten gaan. Op een gegeven moment zijn we het gaan herkennen, en is het een soort sport geworden om steeds meer te doen.’’

De directeur merkt dat zijn dochter van 17 jaar een totaal andere kijk op de wereld heeft dan hij op diezelfde leeftijd had. ,,Toen wilde ik zo snel mogelijk een auto hebben. Zij vindt dat niet nodig. Het is hoopgevend dat die generatie het straks voor het zeggen krijgt bij de Nederlandse bedrijven. Een prettig vooruitzicht.’’

Hielke Biemond