Premium

Ramp op zee honderd jaar geleden herdacht: ’Er werd weinig over gepraat vroeger’

Ramp op zee honderd jaar geleden herdacht: ’Er werd weinig over gepraat vroeger’
Krans- en bloemlegging tijdens de herdenking van de ramp voor de kust van Noordwijk in 1919.
© Foto Taco van der Eb
Noordwijk

Zes uur zat de Katwijkse logger KW 47 in de stormachtige nacht van 23 op 24 november 1919 vast op een bank voor de Noordwijkse kust. Toen pas merkte iemand hem op. Het waren andere tijden dan nu.

Jacob Tas, directeur van de KNRM, en burgemeester Jon Hermans-Vloedbeld van Noordwijk vertellen erover tijdens de herdenking van deze ramp op zondagmiddag op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk. Tegenwoordig gaan reddingsacties sneller, al is het reddingswerk zelf nog even gevaarlijk.

Bij de reddingsoperaties van de KW 47 kwamen drie redders en één van de bemanningsleden om. De belangstelling voor de herdenking is groot. Nazaten en huidige leden van de reddingsbrigades van Noordwijk en Katwijk zijn in groten getale aanwezig.

Lies van Beelen en IJsbrand Plug van de Stichting Visserijdagen Katwijk dragen klederdracht van honderd jaar geleden. Lies: „Wat ik nu draag is rouwkleding: dof zwart en zonder ijzer en kant. Er ging veel door me heen bij de plechtigheid. Ik ben vissersdochter en ken het harde leven van vroeger. Ik zie nog mijn moeder voor me met het oor aan de radio bij storm op zee.”

Veel kleinkinderen van de omgekomen redder Jan Cramer zijn aanwezig. Ria van Oosteren: „Er werd weinig over gepraat vroeger. De mensen waren harder. Nu leeft het niet meer zo in de familie. Maar vandaag ben ik toch ontroerd.”

Een andere kleindochter, Cocky Stuifbergen-Cramer: „Toen de reddingsboot aankwam, was opa nog warm. Iemand kwam naar oma: ’Maak de chocolademelk maar warm! Hij heeft het gered!’ Maar dat was niet zo. Het was hard voor mijn oma. Als vrouw mocht ze niet achter de kist lopen. Haar oudste zoon wel. Toen de stoet voorbijkwam, kon ze alleen in de deuropening ’Dag, Jan!’ roepen.”

Koningin

Koningin Wilhelmina en prins Hendrik kwamen naar Noordwijk. De vorstin kwam bij weduwe Cramer langs en schonk haar jongste zoon een bromtol. „Maar mijn oma zei later: ’Het interesseerde me niets dat dat mens hier op de bank zat.’ Ze had verdriet. Daar veranderde de koningin niets aan.’”

Kleindochter Lorrie van Ooijen-Cramer is uit Curaçao gekomen voor de herdenking. „Het heeft een enorme impact gehad. Oma heeft als een beest gewerkt voor haar gezin. Het emotioneert me zeer als ik eraan denk.”

Jaap Wierenga stamt af van een redder die het wel overleefde, Nicolaas van Beelen. „Ik hoor altijd heldenverhalen. Deze herdenking vertelt me het bredere verhaal. Daarin blijft mijn grootvader een held. Hij stond met zijn broer bij de bushalte naar school. Ineens kwam Jan van Kan, die de reddingsoperatie leidde. Hij riep dat ze mee moesten om de reddingsboot te roeien. Vijftien was hij! Hij nam zijn onderscheiding in korte broek in ontvangst. Jongens mochten pas vanaf hun zestiende een lange broek dragen.”

De familie van het omgekomen bemanningslid van de KW 47, Amerik Hellenberg, zweeg over wat er gebeurd was. Hun kleinkinderen Henk de Lange en Mieke van Faassen weten er dank zij het Katwijks Museum van. Het enige dat ze er als kind zelf van merkten was dat hun oma bij ruw weer mompelde: „Wat een storm, wat een storm.”

Net binnen