Premium

Vader van Lara Holverda uit Leiderdop was de vorige lassapatiënt: ’Alle pijn komt weer boven’

Vader van Lara Holverda uit Leiderdop was de vorige lassapatiënt: ’Alle pijn komt weer boven’
Lara Holverda: ,,De arts zei nog drie dagen voor zijn overlijden dat het wel goed zou komen”.
© Foto Hielco Kuipers
Leiderdorp

Alle pijn komt weer boven. „Het is een nachtmerrie”, zegt de Leiderdorpse Lara Holverda met een verwijzing naar het overlijden van lassapatiënt Wouter Nolet vorige zaterdag in het LUMC. In alle berichten over deze tropenarts leest ze dat in 2000 de laatste lassapatiënt, ook een tropenarts, in Nederland was. „Dat was mijn vader”, zegt ze gelaten. Salahuddin Ramez. Over zijn dood zit ze nog altijd vol vragen.

Lara (41) maakt tijdens haar werk als apothekersassistente tijd vrij om het verhaal over haar vader te vertellen. „Dat ben ik aan hem verplicht.” In haar huiskamer hangt een groot schilderij met het portret van Salahuddin Ramez die op 25 juli 2000 op 48-jarige leeftijd in het LUMC overleed.

De chirurg werkte voor het Rode Kruis in landen als Congo en Soedan. In 2000 streek hij neer in Sierra Leone en kwam om de drie maanden naar Nederland om zijn vrouw en dochter te bezoeken.

„Zo ook op 13 juli. Hij belde dat hij weer op Schiphol stond. Ik haalde hem op, gaf hem een zoen en zei nog ’wat voel je warm aan’. ’Ja’, zei hij, ’volgens mij heb ik weer malaria’. Voor de zekerheid en omdat mijn huisarts met vakantie was, gingen we langs bij het LUMC. Uren zaten we er omdat ze er eerst zeker van wilden zijn dat zijn verzekeringspapieren klopten.”

Salahuddin kreeg het advies het een dagje aan te kijken. De volgende dag ging het slechter, weer gingen ze naar het LUMC en hij werd opgenomen op de afdeling tussen andere patiënten. De tropenarts kreeg nog antibiotica vanwege een vermoeden op tyfus, maar ook dat hielp niet.

Vader van Lara Holverda uit Leiderdop was de vorige lassapatiënt: ’Alle pijn komt weer boven’
Salahuddin Ramez.

Na vijf dagen in het ziekenhuis werd lassakoorts vastgesteld. In allerijl verhuisde hij naar een isolatiekamer. Het verplegend personeel nam vanaf dat moment alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om besmetting te voorkomen. Uiteindelijk overleed hij na elf dagen in het ziekenhuis te hebben gelegen, zijn enige dochter en haar moeder kapot van verdriet achterlatend.

Lara: „Ik leefde in een soort roes. De arts zei nog drie dagen voor zijn overlijden dat mijn vader zich zieker voelde dan hij was en dat het wel goed zou komen. Ik had er het volste vertrouwen in. De verpleging was geweldig.”

Ook na het overlijden, bleef die roes nog. Pas later kwamen de vragen. „Hoe kan het dat hij zo laat de diagnose Lassa kreeg? Hoeveel risico’s hebben andere patiënten, het verzorgend personeel en wij wel niet gelopen? In de krant las ik dat het LUMC vond dat die diagnose snel was. Dat is niet eerlijk, want dat was het niet. Ik denk dat als ze er eerder aan hadden gedacht, de behandeling had kunnen beginnen. Dan was hij misschien weer beter geworden.”

Gissen

Lara beseft dat ook haar vader die immers arts was, zelf de mogelijkheid van lassa niet ter sprake heeft gebracht. „Waarom niet? Ook dat is gissen”, mijmert Lara. „Er was op dat moment wel een lassa-uitbraak in Sierra Leone. Ik denk dat hij dacht ’Dit overkomt mij niet. Ik ben immers gezond’. Tachtig procent wordt helemaal niet ziek van het lassavirus.”

Vader van Lara Holverda uit Leiderdop was de vorige lassapatiënt: ’Alle pijn komt weer boven’
Het Lassavirus

Lara heeft haar vader vlak na zijn overlijden nog één keer gezien.

„Hij voelde nog warm aan. Een dag later was er alleen maar een kist die was verzegeld.” Een kist die werd begraven op begraafplaats Rosenburgh in Voorschoten.

Nog altijd als ze zijn graf opzoekt, vraagt Lara zich af of hij er wel echt ligt. „Het lichaam ontbindt en stoffelijke resten komen in het grondwater terecht. Hoe zit dat met de verspreiding van het virus? Een virus dat ook door ratten en muizen kan worden verspreid. Zou hij niet – buiten ons weten om – zijn gecremeerd, zoals dat ook met ebolapatiënten gebeurt? Misschien heb ik in mijn verdriet wel iets getekend zonder het te beseffen.”

Lees ook: 5 vragen over: ’Dode en zieke na lassa-besmetting in Nederland, geen reden voor paniek’

Lara en haar man Paul Holverda hebben geprobeerd antwoorden te vinden op met name die prangende vraag over de begrafenis. „Op internet vinden we er niets over en wie zou ons antwoord kunnen geven?”, zegt Lara met een trieste blik.

Paul suggereert dat destijds voor een begrafenis is gekozen omdat zijn schoonouders islamitisch waren en dus niet gecremeerd mogen worden. Lara zou dat vreemd vinden: „Mijn vader was ook arts, wilde alleen maar mensen beter maken. Hij zou niet willen dat anderen door hem een risico zouden lopen op verspreiding van de ziekte. We zouden een crematie hebben geaccepteerd mits er vooraf wel overleg zou zijn geweest. En dat is nooit gebeurd.”

Na zoveel jaren heeft ze het gemis van haar vader wel een plekje kunnen geven. „Alleen nu ik zoveel overeenkomsten zie met de arts die nu is overleden, komt alles weer boven.”

Wie was Salahuddin Ramez?

Als zoon van een welgestelde ondernemersfamilie uit Afghanistan vertrok Salahuddin Ramez in de jaren zeventig naar Berlijn om geneeskunde te studeren. Salahuddin werd orthopedisch chirurg.

Op het moment dat veel Afghanen het land ontvluchtten vanwege de burgeroorlog, vestigde de familie Ramez zich juist weer in hun vaderland. Het was 1984, Lara was zes jaar oud.

Het tekent de arts Salahuddin, vertelt zijn dochter Lara. ,,Hij was een idealist, wilde werken waar hij het meest nodig was. Dat was nu in Afghanistan. Hij werd jaren gevolgd door de geheime dienst, die hem niet vertrouwde. Want waarom komt hij terug in een land van oorlog?’’

Lara zag haar vader als haar grote voorbeeld. Ze wilde ook geneeskunde studeren. ,,Het was de tijd van de Taliban, ik was een vrouw en werd niet toegelaten tot de studie. Ik mocht zelfs alleen maar naar buiten onder begeleiding van mijn vader of man. Doordat ik trouwde met mijn volle neef, kon ik met een vliegtuig van het Rode Kruis wegkomen uit Afghanistan en mij in Nederland vestigen. Mijn ouders bleven nog een jaar. Maar toen mijn vader verplicht werd een lange baard te laten staan en hij dat als chirurg onverantwoord vond, besloot hij elders via het Rode Kruis missies te doen.’’

Crematie

Patiënten die overlijden door ’virale hemorragische koortsen’, zoals Salahuddin Ramez, de vader van Lara Holverda, worden gecremeerd of bij hoge uitzondering begraven.

Lees ook: Tropenarts met lassavirus in LUMC overleden

De behandelend arts licht de familie in dat alleen crematie van de overledene mogelijk is, omdat er dan geen kans meer is op verdere verspreiding van het virus. Vlak voor, tijdens en na het overlijden is de besmettelijkheid van deze patiënt het grootst. Dat staat in de Landelijke Richtlijn Infectieziektenbestrijding (LCI) uit 2017.

Alleen de burgemeester kan een ontheffing geven om toch te begraven. Daarvoor zal hij advies inwinnen bij de Directeur Publieke Gezondheid en die laat zich weer informeren door de GGD en de Landelijke Richtlijn Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM. Ontheffing kan bijvoorbeeld worden gegeven wanneer crematie op onoverkomelijke religieuze bezwaren stuit.

Woordvoerder Harald Wychgel van het RIVM geeft desgevraagd aan dat de LCI-richtlijn weliswaar uit 2017 is, maar dat ook in de jaren daarvoor patiënten die zijn overleden aan virale hemorragische koortsen zoals lassa, in principe worden gecremeerd. Waarom bij de familie Ramez voor een begrafenis is gekozen en hoe dat is gegaan, weet hij niet. „Dat de familie een lege kist heeft begraven, daar kan ik mij helemaal níets bij voorstellen. Dat zou zo onethisch zijn.”

Voorkeur uitgesproken

Hij overlegt vervolgens met professor Jaap van Dissel, directeur Centrum Infectiebestrijding van het RIVM. Hij was in 2000 hoofd van de afdeling op het LUMC waar Salahuddin werd verzorgd. Van Dissel belt vervolgens de redactie met de mededeling dat dochter Lara hem mag bellen.

Dat doet ze en even later belt Lara de redactie. „De heer Van Dissel vertelde dat mijn vader is begraven omdat wij die voorkeur zouden hebben uitgesproken. Zij, het ziekenhuis dus, hebben vervolgens geregeld, ook de ontheffing, omdat wij zoveel verdriet hadden. Dat zal dan wel, al kan ik het me niet herinneren.”

Ontheffing

Ze vraagt de gemeente Voorschoten nog of burgemeester Cannegieter destijds inderdaad die ontheffing heeft gegeven om de lassapatiënt op 28 juli 2000 te begraven. „Als dat zo is, is voor mij de kous af en geeft dat rust.”

Helaas voor Lara kan de gemeente Voorschoten er geen antwoord op geven. Een woordvoerster meldt gezocht te hebben naar documenten, maar die niet heeft kunnen vinden. „Vroeger ging alles in kaartenbakken. Het zou kunnen dat dat bewijs er daarom niet meer is.” De woordvoerster voegt eraan toe dat ze de beheerder van de begraafplaats erover heeft gesproken. „Hij kan zich de begrafenis heel goed herinneren, juist vanwege alle extra voorzorgsmaatregelen die toen zijn genomen.”

Lara reageert teleurgesteld. „Eigenlijk krijg ik steeds meer vragen.”

Net binnen