Premium

Vliegende motoren kiezen het luchtruim [video]

Vliegende motoren kiezen het luchtruim [video]
Amsterdam

Het is geen helikopter en ook geen vliegtuig. Het is een vliegende motor. En mogelijk vliegen ze over enkele jaren gewoon door ons luchtruim. Snel, geruisloos, zonder uitstoot en uiteraard veilig.

Aan dat toekomstbeeld werken twee teams van de TU Delft. De studenten tonen hun resultaat vanaf morgen tijdens de driedaagse beurs over drones in de RAI Amsterdam. Beide teams doen ook mee aan een wedstrijd van vliegtuigbouwer Boeing, waarbij begin 2020 de finale is. Dan moeten ze ook daadwerkelijk vliegen. De winnaar krijgt een miljoen dollar.

Boeing is net als Airbus en andere fabrikanten al jaren actief in de markt van drones en dan vooral militaire. De laatste jaren zijn drones voor consumenten in opmars. Niet alleen om foto’s en films mee te maken, maar ook voor inspecties en vervoer van pakjes en mensen. De ANWB wil met een drone medicijnen en bloed vervoeren. Uber wil een taxisysteem door de lucht opzetten en Boeing ontwikkelt met Porsche een luxere taxi.

Vliegende motoren kiezen het luchtruim [video]
De Talaria: een combinatie van een motor en een helikopter.
© foto pr

Aan systemen voor één persoon wordt al langer gewerkt, zoals met auto’s die zowel kunnen rijden als vliegen, maar een echte doorbraak is er nog niet. Met de in 2017 uitgeschreven wedstrijd van Boeing voor studententeams komen daar kleinere simpelere systemen bij. Het ontwerp moet verticaal kunnen opstijgen en landen, moet een persoon kunnen vervoeren over 35 kilometer en de motor moet stil zijn.

Helikopter

Het team Talaria heeft een mix gemaakt van een motor en een helikopter. Dat betekent ook dat de passagier open en bloot op het apparaat zit, zodat een pak en helm wel zo handig zijn. In eerste instantie moet de passagier nog zelf sturen, maar op termijn zou de Talaria autonoom moeten kunnen vliegen.

Bij het andere team zit de passagier in een capsule, zodat een dik pak niet nodig is. Deze Silverwing heeft twee propellors aan de zijkant. Het voertuig heeft een staart waarop kan worden geland. Het toestel draait 90 graden om op de staart te kunnen opstijgen en landen. Hierdoor is een landingsbaan overbodig, want de S1 neemt niet meer ruimte in beslag dan een auto.

Ruben Forkink, masterstudent, en chef van het team: „Zodra je op de gewenste hoogte bent, schakel je over op horizontaal vliegen. Vervolgens vlieg je op je eigen motor naar je bestemming. Daar schakel je weer terug naar verticaal vliegen om op de staart te landen.”

Vliegende motoren kiezen het luchtruim [video]

Beide toestellen vliegen elektrisch. Dat maakt het verzet tegen deze vorm van vervoer al kleiner. Geluid is nog wel een probleem. Uiteraard zullen mensen het systeem pas gebruiken wanneer het honderd procent veilig is.

Maar de grootste uitdaging wordt de regelgeving. Waar je mag vliegen, hoe dat luchtverkeer wordt geregeld en hoe ongelukken worden voorkomen. Wat dat betreft zal een luchtruim als in de VS of Afrika eerder open gaan, dan in de Randstad.

Beide studentengroepen zien ook een toekomst in hun voertuig voor het vervoer van goederen, al moet er dan wel een grotere versie komen.

Net binnen