Premium

Ziekenhuisinrichting voor als de bom valt

Ziekenhuisinrichting voor als de bom valt
Interieur van een identiek magazijn elders in het land, gefotografeerd in 1995.
© Foto Nationaal Museum van Wereldculturen

Het is moeilijk voor te stellen. Twee onopvallende loodsen aan de rand van een bedrijventerrein in Alphen aan den Rijn zouden bij een atoomaanval een rol spelen bij de bevoorrading van (geïmproviseerde) ziekenhuizen. De magazijnen zijn nog steeds in gebruik voor opslag, maar nu voor bodemvondsten van de provincie Zuid Holland en de collectie van een Leids museum.

De plannen van de overheid voor de opvang van de verwachte slachtoffers van een atoomaanval zijn uitgebreid beschreven door journalist Mark Traa in zijn boek ’De Russen komen’ (2009). Sinds 1955 werd gerekend met aantallen tot wel honderdduizend gewonden. Een aantal dat de bestaande ziekenhuiscapaciteit ver te boven zou gaan.

Het blijft een utopie om in geval van een kernoorlog alle gewonden een behoorlijke ligging, medische verzorging en verpleging te geven, stelt mr. Th.C. van den Broek op 6 december 1969 in gesprek met de Leidse Courant. Van den Broek was hoofd van de afdeling Volksgezondheid in Buitengewone Omstandigheden (VIBO) van het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Door de helft van alle ziekenhuispatiënten naar huis te sturen, konden op papier al 31.000 bedden worden vrijgemaakt. In aanvulling daarop werd vanaf 1958 het zogenaamde ’hospitalisatieplan 1’ uitgevoerd voor nog eens 17.000 extra bedden. Het materiaal daarvoor lag verspreid door het land opgeslagen. In december 1969 waren dat 41 magazijnen op achttien plaatsen, waaronder de twee in Alphen. Uiteindelijk zouden dat er zeker zestig worden op 22 plekken.

De gemeente Alphen aan den Rijn verleent op 20 december 1962 vergunning voor de bouw van twee magazijnen en een kantoor in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Van den Broek vertelt de verslaggever over geconditioneerde loodsen ’om de opgeslagen goederen ook gedurende een langdurige opslagperiode in een zo perfect mogelijke toestand te houden’. De bedden zouden in ’buitengewone omstandigheden’ worden vervoerd naar ziekenhuizen en andere gebouwen die waren gekeurd en geclaimd door de provinciale coördinatiecommissie Vordering Gebouwen, ’zodat ze onmiddellijk gevorderd, ontruimd, schoongemaakt en ingericht kunnen worden’.

De verslaggever bezoekt de twee Alphense magazijnen, ’die volgestapeld staan met vele artikelen, zoals kisten met citras, glucose, gedroogd plasma, zoutsolutie, macrodex’. Het laatste is ’gehydrolyseerd dextran, een vervangingsmiddel van bloed en plasma bij de behandeling van shocktoestanden’, aldus een artikel uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde uit 1950. De geneesmiddelen worden bewaard in een klimaatkamer met een temperatuur van 10 graden. Een halve eeuw later wordt diezelfde klimaatkamer – in gemoderniseerde vorm – nog steeds gebruikt voor opslag van kwetsbaar materiaal: metalen bodemvondsten.

Verder ziet de verslaggever stapels brancards, dekens, tonnen voor drinkwater en ouderwetse stormlantaarns ’die gebruikt kunnen worden als de elektriciteit uitvalt’. Een foto bij het artikel toont een noodaggregaat en grote houten kratten met tonnen waarin drinkwater kan worden bewaard. Vrachtwagens kunnen tussen de hoge stellingen door rijden: leeg erin via de ene roldeur en vol eruit door de tegenover liggende deur. Het in- en verpakken van de ziekenhuisgoederen en het laden en lossen van vrachtauto’s is de taak van de magazijnbediende, die ook tuinwerkzaamheden en administratief werk moet doen, blijkt uit een personeelsadvertentie van februari 1974.

Van den Broek beklaagt zich over het onbegrip waar hij bij zijn werkzaamheden regelmatig tegenaan loopt. ’Overigens is ons werk natuurlijk niet zo erg plezierig. Je wordt voortdurend geconfronteerd met oorlogsbeelden en andere ellende’.

Oorlogsellende elders in de wereld leidt later tot ellende in de opslagloodsen. In maart 1984 wordt door antimilitaristische groepen gelijktijdig ingebroken in vier magazijnen elders in het land, omdat de opgeslagen goederen ’zinloos liggen weg te rotten’, aldus een verklaring, terwijl ’veel materiaal bruikbaar zou zijn in de moeilijke omstandigheden waarin bevrijdingsbewegingen strijden’. De actievoerders willen niets zeggen over de bestemming van de buitgemaakte spullen.

Dank

Met dank aan Mark Phlippeau (provincie Zuid Holland) en aan Sijbrand de Rooij (Nationaal Museum van Wereldculturen); diverse gegevens zijn ontleend aan het artikel van Jan Delfgaauw, 63.000 bedden, voor slachtoffers van oorlog en rampen (Leidse Courant, 6 december 1969) en aan een bericht in Leidsch Dagblad van 29 maart 1984.

Dertig jaar geleden, op 9 november 1989, viel de Berlijnse Muur, het symbolische einde van de Koude Oorlog. Het Leidsch Dagblad ging op zoek naar plekken uit de Koude Oorlog in de Leidse regio en de verhalen daarachter. Tips: redactie@leidschdagblad.nl.

Net binnen