Premium

Kerk, kat en vriend houden zangeres Emma Brown in het Leidse [video]

Kerk, kat en vriend houden zangeres Emma Brown in het Leidse [video]
Zangeres en componiste Emma Brown in haar Verger’s gown (een soort ceremoniemeester kostuum) in ‘haar’ Hooglandse Kerk: ,,Ik heb hier het gevoel dat ik ergens bijhoor.’’
© Foto Hielco Kuipers
Leiden

De Britse zangeres en componiste Emma Brown (34) kwam voor een studie van een paar jaar naar Nederland. In Leiden kreeg ze een kat en een vriend – in die volgorde. Haar klassiek geschoolde stem is tegenwoordig te horen bij tal van muzikale evenementen en (herdenkings)diensten. Een musical over Leidens Ontzet is in voorbereiding. Met een platencontract, een contract voor het uitgeven van haar composities en een huwelijksaanzoek op zak lacht de toekomst Emma toe – in Leiden. Aanstaande vrijdag is ze te zien en te horen in de Hooglandse Kerk.

’Ik kan niet zingen’

„Als kind zong ik altijd. Ik zat ook in allerlei kerkkoren. Vaak kreeg ik te horen: je zingt te hard, je blaast het hele koor weg. Ik dacht op een gegeven moment dus dat ik niet kon zingen, maar vond het te leuk om ermee te stoppen. Tijdens een cursus voor koorzangers, ik zal een jaar of zeventien zijn geweest, stopte de dirigent en zei: Emma, ik hoor de rest van het koor niet’.

Ik ging daarna huilend naar mijn zangles. Ik dacht: zie je wel, ik heb geen techniek. ’Nee’, zei de zangdocent, ’jij mengt niet met de stemmen van het koor. Jij bent een soliste’. Dat had ik zelf niet bedacht. Vanaf dat moment hoefde ik niet meer mijn best te doen om met mijn stem in een koor te passen en kon ik me gaan richten op een solocarrière. Er ging een wereld voor me open.”

Kat en vriend

„In de tijd dat ik aan de Universiteit van Cambridge muziek studeerde, had ik een Nederlandse huisgenoot, een fantastische zanger, die me vertelde op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag verder te willen studeren. Ik wilde ook graag naar het continent om ervaringen op te doen in een ander land, in een andere taal.

Nederland voelde comfortabel. Ik kwam hier in 2007, op m’n 22ste, en was van plan om maar een paar jaar te blijven voor een bachelor en een master. En toen kreeg ik een kat en een vriend. In die volgorde. Ik zie mezelf dus niet zo snel meer uit Leiden weggaan.”

Snel thuis

„Toen ik naar Nederland kwam, kende ik alleen die huisgenoot vanuit Engeland en twee andere mensen. Dat was helemaal geen probleem. De conservatoriumwereld heeft een internationaal karakter. En er zit in de muziekwereld heel veel warmte tussen mensen. Je leert snel mensen kennen. De taal? Die heb ik ook snel geleerd. Ik had in Cambridge al besloten om Nederlands als bijvak te studeren. Haha, alsof ik het van tevoren allemaal wist. Ik hoop het goed te spreken, maar maak nog wel fouten. Laatst had ik het tegen mijn aanstaande schoonmoeder nog over stuurverkrachting in plaats van stuurbekrachtiging.”

Hooglandse Kerk

„In Cambridge was ik gewend om, nadat ik de hele dag in de bibliotheek had gestudeerd, even een kerk binnen te lopen voor een Evensong. Dat is een dagelijkse kerkdienst met heel veel zang en muziek en heel weinig gepraat. Echt wat voor mij, als musicus.

Eenmaal in Nederland miste ik dat stukje ritueel van de dag erg, tot ik ontdekte dat ze hier in de Hooglandse Kerk ook regelmatig van die Evensongs hielden. Zo kwam ik in contact met de kerk, de wereld erachter en de Leidse Cantorij, die eraan verbonden is. De Cantorij brengt Engelse kerkmuziek naar Nederland. De koordirigent, Hans Brons, heeft me vanaf het begin geholpen, onder meer door mijn composities uit te voeren. Op die manier kon ik horen hoe ze echt klinken – dat is veel beter dan dat ik op mijn laptop naar het gepiep van de compositiesoftware luister.”

Kerk in een kerk

„De Leidse Cantorij, in combinatie met de Hooglandse Kerk, straalt een bijzonder sfeertje uit. Een soort verbindingsgevoel. Het koor is goed hoor: in 2021 zingt het in York Minster, de kathedraal van York. Het wordt overal gevraagd. De Cantorij heeft ook tijdens het koninklijk huwelijk van prins Pieter-Christiaan in 2005 in Noordwijk gezongen.

De koorleden hebben me enorm ondersteund, maar ook de ploeg vrijwilligers die de kerk schoonhoudt en helpt bij evenementen. Het is zo warm daar. Het is een kerk binnen een kerk. Ze zorgen goed voor elkaar, bezoeken zieken, gaan naar elkaars verjaardagen. Ik heb het gevoel dat ik ergens bijhoor. Ik help zelf ook mee, bijvoorbeeld met het maken van vertalingen. Echt fysiek werk kan ik momenteel niet doen, vanwege mijn fietsongeluk.”

Leven met pijnstillers

„Ik ben drie jaar geleden op de fiets aangereden door een automobiliste. Door de val die ik maakte, zijn er pezen gescheurd en is er een chronische pijn aan mijn schouder ontstaan. Ik ben al een hele tijd onder medische behandeling en zit onder de zware pijnstillers, totdat een arts een betere oplossing weet. Door die pijn kan ik niet langer dan een minuut of 25 piano spelen, maar ik ben eigenwijs en ga vaak wel langer door.

Het ongeluk heeft iets bij me teweeggebracht. Daarvoor deed ik, naast mijn reguliere concerten, al veel in de herdenkingswereld, maar na het ongeluk ben ik me daar echt op gaan toeleggen. Je gaat na zoiets meer reflecteren.”

Dankbaar werk

„Wat je bij veel veteranen ziet, is dat ze PTSS hebben, een posttraumatisch stresssyndroom. Door de militaire discipline en – wat de Britten betreft – de mentaliteit van keep a stiff upper lip (houdt het hoofd omhoog), worden die trauma’s onderdrukt. Maar als veteranen muziek horen, dan ’breekt’ die laag en komen ze los. Daarom vind ik het heel dankbaar werk om bij hun herdenkingen te mogen zingen.

Ronald, mijn partner (Hartsuiker, beheerder/koster van de Hooglandse Kerk, red.) heeft na de Balkanoorlog als burger in Bosnië en Kosovo gewerkt voor de NAVO, EU en VN. Hij heeft meteen een klik met de veteranen. Ik kan ze knuffelen, maar veteranen kunnen hun ervaringen moeilijk delen met mensen die niet in dezelfde situatie hebben verkeerd. Bij Ronald is dat makkelijker. Het feit dat ik, ook via hem, er toch een stukje van meekrijg, vind ik zo waardevol. Overigens heb je hier in Leiden ook een club jonge veteranen, daar zie ik hetzelfde mechanisme.

Ik voel me emotioneel en loyaal naar de veteranen. Met het zingen bij die herdenkingen ga ik niet zo snel meer stoppen, al moet het – uit geldgebrek – regelmatig Pro Deo.”

Geen vetpot?

„Natuurlijk moet ik mijn brood verdienen, maar liever niet aan veteranen. Voor mijn ongeluk had ik een aantal bijbaantjes die wat zekerheid gaven. Ik gaf bijvoorbeeld pianoles, nu kan dat niet meer. Maar ik krijg steeds meer betaald zangwerk en commerciële optredens betalen goed hoor. En weet je, ik heb ervoor gekozen om van mijn passie mijn carrière te maken, dat zou ik in een andere baan moeilijk vinden. Dan moet je niet zeuren dat je als musicus meer betaald zou moeten krijgen. Het is altijd een privilege als je werk je passie is. Dat vergeet ik nooit.”

22.000-koppig publiek

„Ik heb bij de herdenking van Operation Market Garden in het Gelredome gezongen. Er waren 22.000 mensen voor wie ik We’ll meet again mocht zingen. Ik voel voor een optreden altijd gezonde stress, maar niet extra als ik voor zo’n massa sta. Weet je, je ziet die 22.000 mensen niet. Het is een zee, het zijn er veel meer dan waarmee je oogcontact kunt hebben. Je voelt veel meer druk als je voor zes mensen zingt die dichtbij je zitten.”

Oorlogsalbum

„Vorig jaar dacht ik: er zijn nog zoveel mensen die niets weten van veteranen of van de oorlog, en er is zoveel mooie muziek uit die tijd. Daarom heb ik een album gemaakt met muziek uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, Echoes of War, met Han-Louis Meijer, met wie ik al jaren erg fijn samenwerk. Dat album heb ik zelf samengesteld en ik was meer dan blij dat platenmaatschappij Floating World Records het graag wilde uitbrengen.”

Optreden met rockband

„Een concert met een rockband, dat is even totaal wat anders. Het is heel toevallig ontstaan. De Britse rockband Simple Harmonic Motion wilde graag een keer in de Hooglandse Kerk spelen en er hun nieuwe album presenteren. Tijdens het bezoek van de bandleden aan de kerk ging ik even langs om Engelse thee met melk te brengen, want die gewone slappe Hollandse vinden wij Britten niet te drinken, haha. Ik zong een paar tonen om de akoestiek van de kerk te laten horen. In no time vroegen ze me of ik wilde meezingen op hun nieuwe album en tijdens hun concert aanstaande vrijdag in de kerk. Ik, als klassiek zangeres!

Het concert is gratis toegankelijk. Voor de band zit daar geen commerciële gedachte achter, de bandleden doen het allemaal uit passie voor de muziek.”

Thuisfront

„Ik heb vier jaar een relatie gehad met Hans Brons, de dirigent van de Leidse Cantorij. Die relatie ging voorbij. Gelukkig zijn we wel vrienden gebleven, we werken nog steeds veel samen.

Ronald en ik hadden gelijk een klik en hebben elkaar plotseling en vooral onverwacht gevonden. Hij is wat ouder, twaalf jaar, voor mij geen enkel punt. Hij is een man en geen jongen meer. Ronald heeft me in een ijskoud IJsland ten huwelijk gevraagd. Wanneer we gaan trouwen, weet ik echt nog niet. Daar moeten we tijd voor maken, haha.”

Nieuwe Vera Lynn?

„Ik de nieuwe Vera Lynn? Zij zong voor soldaten, ik voor veteranen, dat is het verschil. Ik wil ook niet zo vain (verwaand) zijn om me met die legendarische zangeres te vergelijken. Maar diezelfde compassie voor die soldaten als zij had, heb ik zeker. Moet je je voorstellen, dat die jonge mannen – jongens nog vaak – zo ver van huis, moeten vechten? Van Britse soldaten kun je je nog iets voorstellen, voor hen was de oorlog dichtbij. Maar wat hadden de Amerikanen ermee te maken? Die moesten vechten voor een land dat ze totaal niet kenden en waar ze misschien dood zouden gaan. En, net zoals Vera Lynn, hoor ik graag de verhalen van de soldaten van toen.

Een mooi verhaal in dit verband. Ik sprak de zoon van een veteraan. Zijn vader was bij de invasie in Normandië geweest – als doedelzakspeler, voor het moreel van de troepen. Terwijl tijdens de landingen van de troepen op de D-Day stranden in 1944 de een na de ander om hem heen dood neerviel of verder oprukte, bleef hij doorspelen. Jaren later kwam hij in contact met een Duitser, die zei in Normandië aan de andere kant te hebben gevochten. ’Ik ook, zei de Amerikaan. ’Ik speelde doedelzak. Trouwens, waarom hebben jullie mij toen niet doodgeschoten? Het antwoord van die Duitser: ’O, was jij die doedelzakspeler? Joh, we wisten niet dat je een soldaat was! We dachten: die vent is getikt, laat die maar lopen’.”