Premium

Vrijheid te vanzelfsprekend voor mbo’ers: ’Als je over dingen begint te zwijgen, worden ze vergeten’

Vrijheid te vanzelfsprekend voor mbo’ers: ’Als je over dingen begint te zwijgen, worden ze vergeten’
Staatssecretaris Paul Blokhuis praat over vrijheid.
© Foto Hielco Kuipers
Leiden

Vrijheid is voor jongeren in Nederland veelal vanzelfsprekend, concludeert staatssecretaris Paul Blokhuis. Blokhuis ging met leerlingen van de Leidse Instrumentmaker School het ’Nationaal Gesprek over Vrijheid’ dat deze vrijdagmiddag op 75 scholen gehouden wordt ter viering van vijfenzeventig jaar vrijheid .

Die vanzelfsprekendheid is volgens Blokhuis erg: „Ik vind het een probleem dat het besef van de waarde van vrijheid niet ruim aanwezig is. Want als je dat besef volop zou hebben, zou je misschien ook wat verdraagzamer zijn naar je buren.”

Het eerste waar student Joshua Rijsdijk (18) aan denkt bij het woord ’vrijheid’? „Vrijheidsgraden!” Het is een vakterm die bepaalt in hoeverre iets beweegbaar is. Leerling Chris Limmerman (17) licht toe: „We leven in een maatschappij waarin het zo normaal is dat we naar school gaan, het openbaar vervoer gebruiken… dat we eigenlijk niet met vrijheid bezig zijn.” We zouden er wel bij stil moeten staan, vindt Rijsdijk, want: „Als je over dingen begint te zwijgen, worden ze vergeten.”

„Je ziet een soort gewenning - of misschien zelfs verwendheid - bij de mensen”, betoogt Blokhuis. „Terwijl vrijheid een enorm voorrecht is. Ik denk dat iedereen in de politiek dit zich realiseert.”

Ter illustratie heeft Blokhuis vrijdag een foto meegenomen die hij aan de studenten laat zien. Het is een oude foto, zonder kleur, met vijf jonge kinderen erop. De oudste blijkt Blokhuis’ vader; het vierjarige jongetje vooraan is Max. Max (pseudoniem Piet) was bij het gezin ondergedoken. Max’ vader en moeder overleefden de oorlog niet.

Blokhuis vertelt in detail over de gruwelijkheden van de oorlog. Hij maakt zich er boos over: „Het gemeentebestuur was toen best asociaal.” Nederlanders hadden zich beter moeten gedragen, toleranter moeten opstellen, zo lijkt de staatssecretaris te willen zeggen. Dan komt de hamvraag van de middag. Bevolkingsgroepen uitsluiten: kan dit nog gebeuren? Eén leerling roept dat het van alle tijden is; een andere leerling vertelt enigszins geëmotioneerd dat hij van de basisschool tot de middelbare school gepest is vanwege zijn ADHD.

Inpeperen

„Wat is het mechanisme dat daarachter schuilt?” vraagt Blokhuis. Een derde scholier: „Onbewust elkaar beoordelen, dan ga je gewoon, ehm… Ik kan het woord niet vinden.” Blokhuis vraagt nogmaals: „En het laatste trapje: doodmaken. Kan dat nog in Nederland?” Vanuit de zaal klinkt bevestigend gemompel. Deze reacties laten zien waar Blokhuis bang voor is: „Dat er geen goede, verstandelijke verklaring is voor wat er in de Tweede Wereldoorlog werd gedaan.”

Blokhuis vraagt de leerlingen meermaals of ze denken dat zoiets nog in Nederland kan gebeuren - alsof hij ze iets wil inpeperen. Uiteindelijk krijgt hij een antwoord dat hij niet lijkt te verwachten.

Een student steekt zijn vinger op: „De PVV heeft veel stemmen, maar zit niet in de regering, omdat de VVD niet met ze wilde regeren.”

Oftewel: wat de PVV verweten wordt, doen de tegenpartijen ook. Rijsdijk stelt iets vergelijkbaars: „Je ziet nu dat Forum heel erg buitengesloten wordt. Ik vind dat iedereen meer beoordeeld moet worden op hun prestaties. Je hebt de kans om te slagen, maar je moet er wel wat voor doen.”

De staatssecretaris heeft er niet van terug. In plaats daarvan stelt hij het publiek nog een vraag.

Later voegt hij toe: „In Nederland kunnen we heel goed compromissen sluiten. Je ziet dat er een kabinet mogelijk is met vier partijen die best wel verschillend zijn en die, tenminste tot nu toe, goed in staat zijn om belangrijke beslissingen te nemen voor Nederland.”

Tegen de groep aanwezigen: „Ik hoop dat jullie willen nadenken over dat het goed is om mensen de kans te geven erbij te horen. Een gezonde samenleving is een samenleving waarin iedereen de kans krijgt om mee te doen.”

Of, zoals Rijsdijk het noemt: „Vrijheid van kansen!”