Wijkbeheerder Marco Flanderhijn over vuilnis op straat in Slaaghwijk: ’Het is ver-schrik-ke-lijk, en het gaat maar door!’

Wijkbeheerder Marco Flanderhijn over vuilnis op straat in Slaaghwijk: ’Het is ver-schrik-ke-lijk, en het gaat maar door!’
Wijkbeheerder Marco Flanderhijn wil de brandtrappen tussen de eerste etage en de begane grond laten weghalen, omdat ze veel overlast geven.
© Foto Leidsch Dagblad
Leiden

Vuilnis op straat was voor burgemeester Henri Lenferink in 2018 aanleiding om de ’intensieve wijkaanpak’ die in het Jacques Urlusplantsoen zo succesvol was, ook toe te passen op de Slaaghwijk, het meest zuidelijke deel van de Merenwijk. Maar vuilnis op straat is in de Slaaghwijk nog steeds enorm een probleem, zegt wijkbeheerder Marco Flanderhijn van Portaal.

De bewoners van de Slaaghwijk, zegt Fanderhijn, ’zijn wel verdraagzaam’. Dat is ironisch bedoeld. „Ze gooien dingen op straat omdat ze denken: het is toch een teringzooi, dus een beetje meer of minder maakt niet uit.”

Flanderhijn is al heel lang wijkbeheerder: tien jaar bij de Sleutels, een paar maanden op het NSDM-terrein in Amsterdam en nu al tweeënhalf jaar voor Portaal, in de Kooi, het Noorderkwartier en de Slaaghwijk. De flats in die wijk - de Horsten - geven veel overlastproblemen. „Toen deze flats in de jaren zeventig werden gebouwd, waren de normen voor geluidsisolatie nul. De mensen wonen hier in een soort schoenendoos. Als de kinderen van de bovenburen door het huis stuiteren, kun je daar veel last van hebben. En je hebt natuurlijk mensen die rotzooi maken in de hal, kotsen in het trappenhuis.”

Een wijkbeheerder, legt Flanderhijn, is er niet voor achter de voordeur. „Maar daar kom ik wel steeds vaker. Bij mensen die last hebben van ongedierte – muizen, ratten, kakkerlakken - bij mensen die dement zijn en hun pillen vergeten, bij obsessieve verzamelaars. Er wonen hier veel ex-daklozen, veel mensen met een psychiatrisch verleden.” Hij is er niet om die mensen te begeleiden; voor ’zwaardere problemen’ heeft de corporatie sociale beheerders. Maar hij zit wel bij het ’signaleringsoverleg’ waar zulke problemen worden besproken.

Lees hier alle verhalen van onze serie Groeten uit de Slaaghwijk.

Spreekbuis

Hij is er voor de huurders en hij gaat over woningen en leefbaarheid in de wijk. „Ik ben eigenlijk de spreekbuis van de bewoners naar de corporatie en andersom.” Daar heeft hij het druk zat mee. „Behalve klachten behandelen, loop ik mijn rondjes door de wijk. Dan kijk ik ook naar rotzooi op straat, al is dat eigenlijk een taak van de boa’s.”

Hij pakt zijn telefoon en laat een indrukwekkende reeks foto’s zien van vuilnis en grofvuil dat naast vuilcontainers of zomaar ergens op de stoep is neergegooid. Dat is al tientallen jaren een probleem in de Slaaghwijk. „Het is echt ver-schrik-ke-lijk! En het gaat maar door. Als ik er een foto van sta te maken, zeggen mensen: je kan doen wat je wil hoor, ze gaan er toch mee door. Morgen ligt het er weer.”

Flanderhijn denkt wel te weten hoe het komt. „Mensen die hun vuilnispasje kwijt zijn, hebben geen zin om een nieuwe aan te vragen want dat kost een tientje. En ze hoeven het grofvuil niet te bellen, want de boa’s zitten er bovenop. Dus ze denken: ’als ik het daar neerzet, halen ze het morgen weg’. Ik heb wel eens voorgesteld om het gewoon te laten liggen. Dan worden mensen tenminste geconfronteerd met de consequenties. Ik geloof niet in al dat pamperen.”

Het grote aantal verhuizingen en ’alle cultuurverschillen tezamen’ dragen volgens Flanderhijn ook niet bij aan de leefbaarheid. „Het leidt tot een vorm van intolerantie. Mensen denken: Ik doe mijn voordeur dicht, dan heb ik met niemand wat te maken.”

Wijkbeheerder Marco Flanderhijn over vuilnis op straat in Slaaghwijk: ’Het is ver-schrik-ke-lijk, en het gaat maar door!’

Praatplaat

Dat er veel nieuwkomers in de wijk wonen en veel mensen de Nederlandse taal niet spreken, helpt ook niet. Portaal heeft een striptekenaar een plaat laten maken, waar alle gedragingen op staan die niet mogen, maar in de Slaaghwijk wel steeds gebeuren. Het is een bonte verzameling. Op de tekening is onder meer te zien dat een moeder met haar kind in een winkelwagentje over de galerij loopt, een jongetje in het trappenhuis plast en iemand vanaf de bovenste verdieping brood naar de vogels gooit. Een ’praatplaat’, noemt Flanderhijn het. „We hebben ze in alle hallen van onze flats gehangen, in de hoop dat mensen er met elkaar over gaan praten.”

De wijkbeheerder is alweer druk met nieuwe ’projecten’. Zo wil hij zorgen dat de hallen van de flats leeg en schoon zijn. Want er hangt dan wel een bordje dat je geen spullen in de hal mag laten staan, maar her en der staan kinderwagens, fietskarren en plastic tassen met rommel.

Brandtrappen

Ook wil Flanderhijn iets doen aan de brandtrappen. Die eindigen op de begane grond in een stalen kooi met een deur die alleen van binnenuit open kan. „Maar we zien steeds vaker dat mensen over de brandtrap naar beneden gaan en de deur open laten. Dan kunnen de kinderen zo naar boven als ze thuiskomen. Dat is goedkoper dan een paar tientjes uitgeven aan een extra sleutel.”

Hij wil de kooien en de trap van de eerste verdieping laten weghalen. „Dat zal wel op verzet stuiten, want er zijn tonnen in geïnvesteerd. Maar ik krijg veel klachten van mensen die in de hoekappartementen wonen en gek worden van het geknal met die stalen deuren. Dat is ook een rotherrie.”

Gelukkig doet hij als wijkbeheerder ook leuke dingen. Zo zorgt hij dat bij alle flats van Portaal geveltuinen worden aangelegd. „Vanwege klimaatadaptatie en hittestress. En dan zoek ik bewoners die ze willen onderhouden. Die krijgen van ons een schoffel en een slang en dat soort dingen. In drie flats heb ik daar mensen voor gevonden. De gemeente gaat met die mensen een convenant afsluiten, zodat ze het ook echt gaan doen.”

Lees ook: Supermarkt zoekt (nog altijd) winkelwagen

Lees hier alle verhalen van onze serie Groeten uit de Slaaghwijk.