Toen er op 8 april nog wél gesport werd: Ajax blijkt het best te kunnen zwemmen in Zaragoza [video]

Het coronavirus heeft de sportwereld tot stilstand gebracht. In deze rubriek gaan we terug naar de tijd waarin er nog gewoon overal gesport werd. Dezelfde datum als vandaag, maar dan mét sport. Vandaag: 8 april 1987, Real Zaragoza-Ajax.

In het voorjaar van 1987 rolde de bal nog volop, maar niet op deze woensdagavond 8 april 1987 in Zaragoza. Hier spelen Real Zaragoza en Ajax tegen elkaar in de halve finale van het Europacup 2-toernooi. Er is één probleempje: de bal rolt niet.

Vlak voor de wedstrijd zijn de hemelsluizen boven het stadion open gegaan. Het veld staat blank. ‘Geen probleem’, vindt scheidsrechter Zoran Petrovic. Aftrappen dus, zegt hij, hoewel voetballen eigenlijk niet kan. Om de haverklap blijft de bal stilliggen in het water.

Het wordt een memorabele avond met lachwekkende taferelen en met Ajax uiteindelijk als de grote winnaar. Al is er in het elftal ook een verliezer: John Bosman krijgt in de slotfase een rode kaart. Die heeft nogal vervelende gevolgen voor hem, want hij wordt voor twee wedstrijden geschorst en mist daardoor de return in Amsterdam maar ook de finale die Ajax daarna in mei tegen Lokomotiv Leipzig speelt.

Vorige aflevering: Volgepakt Ziggo Dome geeft korfbalicoon een staande ovatie

Ajax begint slecht aan de wedstrijd in Zaragoza. Na een minuut breekt Juan Antonio Senor door. Hij wordt neergelegd door Ajax-keeper Stanley Menzo, die meters over het veld glijdt en Senor ‘meeneemt’. Menzo ontsnapt met een gele kaart. De vrije trap levert Zaragoza niets op.

Toen er op 8 april nog wél gesport werd: Ajax blijkt het best te kunnen zwemmen in Zaragoza [video]

Na een kwartiertje komt Real Zaragoza wel op voorsprong. Ruben Sosa scoort, nadat hij een vrije doortocht heeft gekregen doordat Frank Rijkaard en Sonny Silooy elkaar in de weg lopen.

Door al het water op het veld is normaal combinatievoetbal onmogelijk. Bij een pass over de grond moeten spelers de mazzel hebben dat de bal op dat stuk van het veld net eventjes enigszins normaal over het gras glijdt. Een soort roulettevoetbal wordt het. Het is dan ook geen toeval dat Ajax alleen maar scoort na hoge voorzetten.

De 1-1 van Rob Witschge, heel snel na de 1-0, is een kopbal na een hoge voorzet van John van ’t Schip. Witschge kopt goed naar de grond. De bal krijgt in de stuit zo’n vaart dat keeper Andoni Cedrún er niet goed genoeg bij kan.

Kort na rust beslist Ajax de wedstrijd. Binnen tien minuten scoort het twee keer en komt het op een 1-3 voorsprong. Beide keren scoort John Bosman met een kopbal. Zijn eerste rake kopbal is na een corner van Van ’t Schip, zijn tweede na een voorzet van Marco van Basten. Het doelpunt is exemplarisch voor de wedstrijd. Van Basten en een tegenstander vechten een tijdje om de bal, die in een enorme plas ligt.

Van Basten komt als winnaar uit de plas en heeft de bal opeens op een iets droger stukje gras voor zijn voeten liggen. Hij twijfelt niet: hoge voorzet. Bosman is er blij mee. Knik, raak, 1-3.

Real Zaragoza komt nog wel terug in de wedstrijd door een penalty van Senor (na opnieuw een slippertje van Silooy en Rijkaard) maar Ajax houdt de voorsprong vast. In de slotminuten moeten Bosman en zijn tegenstander Francisco Guerri van het veld, nadat ze elkaar geslagen hebben.

Zonder de geschorste Bosman wint Ajax twee weken later de return gemakkelijk met 3-0, waardoor de club voor het eerst sinds 1973 weer eens de finale van een Europacuptoernooi haalt.

Net binnen