Premium

Niki Jacobs vraagt Grunberg ten huwelijk | column

Niki Jacobs vraagt Grunberg ten huwelijk | column

Niki Jacobs is zangeres, getrouwd en moeder van twee kinderen.

Ik was zestien toen ’Blauwe maandagen’ van Arnon Grunberg voor het eerst over de toonbank ging en heb het volgens mij in de week dat het uitkwam meteen gekocht en tevens gelezen; vanaf dat moment ben ik groot liefhebber van Grunberg.

Ik geniet, zonder uitzondering en om verschillenden redenen, van al zijn boeken. Ik verslind zijn zinnen altijd met een mengeling van ontzag én een lichte mate van nervositeit omdat het lezen van zijn woorden onvermijdelijk een beetje pijn doet. In mijn ogen pleegt hij met zijn schrijven altijd een daad van verzet. Ik hou van zijn rauwheid en meer nog van zijn uitmuntend vermogen tot het blootleggen van pijnlijkheden die voor het oog onzichtbaar zijn.

Ik ken ook mensen in mijn omgeving die niet kunnen omgaan met zijn manier van inzichtelijk maken van de menselijkheid. Ik denk dat ze liever niet willen kijken naar de duisternis die in deze wereld huist en ik neem ze dat ook niet kwalijk. Sterker nog, de werkelijkheid die hij openlegt, is soms ook bijna niet te verteren; dat je dat als mens niet wilt zien, mag.

Het kan ook een kwestie van smaak zijn of van vermogen. Hoe dan ook, het is een persoonlijke keuze om wel of niet van zijn werk te houden en dat moet het ook zijn. Hier kan ik prima mee leven. Moeilijker vind ik het echter om te zien dat er de afgelopen weken zoveel ophef was over zijn speech van 4 mei jongstleden. Een speech die in mijn ogen over een ultiem verzoek tot verbinden gaat; die juist in deze tijd oproept tot het verstaan van het feit dat we allen mens zijn.

Ondragelijk vind ik het dan ook dat zijn woorden kennelijk niet begrepen worden, omdat van luisteren naar de betekenis ervan - bij sommigen onder ons - geen sprake is. Onacceptabel vind ik het om schaamteloos geconfronteerd te worden met zoveel openlijk antisemitisme.

Het is 2002. Ik ben vierentwintig wanneer ik Arnon mijn manuscript toestuur met de vraag of hij het wil lezen en van commentaar voorzien. Zijn antwoord is kort en bondig: ’Nee’. Dat wil hij niet. Wel nodigt hij me uit om, wanneer ik in New York ben, met hem te eten en dat doen we dan ook. We nuttigen gedurende een aantal jaren geregeld samen fijne maaltijden in de heerlijkste stad ter wereld.

Het is 4 mei 2020, ik zit op de bank en kijk naar een dapper mens in een grote lege kerk in Amsterdam. Gruwelijke woorden van schoonheid, verbinding en verzet blijven door de akoestiek in de ruimte hangen en ik huil om het verhaal dat hij vertelt.

Maar bovenal huil ik om zijn moed, moraal en zijn lef. En nog voordat hij goed en wel uitgesproken is sms ik hem en vraag of hij op een dag met me wil trouwen. Dit keer is zijn antwoord wederom kort en bondig. ’Ja’, schrijft hij. ’Ik ben er klaar voor.’