Premium

Nachtgedachten | column René Diekstra

Nachtgedachten | column René Diekstra
Rene Diekstra.

De vooraanstaande Franse bioloog Jean Rostand (1894-1977) die zich ook met besmettingen bezighield, schrijft in zijn werk ’Gedachten van een bioloog’: „Waar je bang voor bent dat gebeurt niet, er gebeurt iets veel ergers.” Treffend gezegd.

Een klein deel van de wereldbevolking is besmet met het biologische coronavirus, erg genoeg overigens, maar een enorm groot deel is besmet met het psychologische virus, met angst. Angst die verwart, ontwricht, de toekomst verduistert, zichzelf vermeerdert, ziek maakt. Ik was daar getuige van bij een van mijn beste vrienden.

Het begon eind januari toen hij vanwege rugklachten en wat leek op een blaasontsteking naar de huisarts was gegaan. Die had hem enigszins gerust kunnen stellen, maar mijn vriend wilde toch een PSA-bepaling, bang als hij was dat er iets met zijn prostaat mis zou kunnen zijn. Die bepaling gaf een waarde aan op de rand van normaal. Daardoor verontrust vroeg en kreeg hij een verwijzing naar urologie, maar kon daar niet eerder terecht dan begin april.

Dan breekt de coronacrisis uit. Hij krijgt te horen dat de afspraak daardoor niet doorgaat en hij tezijnertijd teruggebeld wordt. De angst voor wat zich in de tussentijd allemaal in zijn lichaam kan voltrekken, zoals ’zijn die rugklachten mogelijk uitzaaiingen?’ slaat heftig toe. Ik help hem die te leren beheersen – middels ontspannings- en meditatieoefeningen en vooral 5G-oefeningen, oefeningen in het construeren van en acteren op helpende gedachten. Dat helpt redelijk.

Maar ’s nachts, hij slaapt slecht, en vooral in de vroege ochtenduren, slaan toch vaak paniekgedachten toe. Dikwijls tot op het punt dat hij zeker weet dat hij prostaatkanker heeft en beelden maakt van afscheid nemen van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen en van alles wat hij nog in zijn leven had willen doen maar nooit meer zal kunnen. En hij hoopt daarbij vurig dat de coronacrisis al voorbij is als hij sterft, zodat zijn begrafenis in ieder geval weer met een normaal aantal mensen kan plaatsvinden.

Waarom juist de nacht soms zo moeilijk is? Dat is omdat iedere nacht met zijn eenzaamheid en machteloosheid in zekere zin een imitatie van de dood is. Hij deelt zijn nachtgedachten wel met mij, maar zo weinig mogelijk met zijn vrouw, die hij daar niet mee wil belasten. Er verstrijken twee maanden zonder afspraakbericht.

Ik spoor hem dan aan zolang zelf te gaan bellen totdat een afspraak gemaakt is. Dat lukt tenslotte in de vorm van een nieuwe PSA-bepaling en een telefonische afspraak daarna met een uroloog (’waarvan hij natuurlijk al weet wat die gaat zeggen’). Afgelopen week, na ruim 3,5 maanden wachten (sic!), heeft die plaatsgevonden. Niet alleen blijkt zijn PSA-waarde gedaald, maar afgezet tegen eerdere bepalingen ontwikkelen zijn waarden zich leeftijdconform, volstrekt normaal, aldus de uroloog.

Als ik mijn vriend later die dag spreek, zegt hij ontwapenend eerlijk: ,,Weet je, ik begrijp nu pas echt je uitspraak dat hoe vaak je een gedachte denkt helemaal niets zegt over hoe waar die is. Ik ben de afgelopen maanden duizend doden gestorven. En ik leef nog.”

(Reageren?: diekstra.rene@gmail.com)