International Bab Kralt was onpasseerbaar en ’misschien wel de beste speler die ooit bij Rijnsburgse Boys heeft gespeeld’

Gebroken been of niet: lijdzaam toekijken was voor Bab Kralt geen optie. En dus bikte de Rijnsburgse Boys-verdediger eigenhandig het gips van zijn been, zodat hij toch kon meespelen tegen Quick Boys. Die anekdote zegt veel over het onverzettelijke karakter van Kralt, die afgelopen vrijdag op 81-jarige leeftijd overleed.

Bab Kralt kwam in 1938 als Bastiaan Abraham Kralt ter wereld als nakomertje van een Rijnsburgse familie. Vier van zijn oudere broers kwamen in de jaren dertig en veertig uit voor het eerste elftal van de club. Bab Kralt maakte in 1955 als aanvaller zijn debuut voor het Rijnsburgse vlaggenschip. Later werd hij omgeschoold tot linkerverdediger. Mede door zijn tweebenigheid groeide hij al snel uit tot een vaste waarde in de verdediging.

Zijn kwaliteiten werden ook buiten Rijnsburg herkend. In 1964 viel er een uitnodiging voor het Nederlands zaterdagelftal op de deurmat. Kralt debuteerde in 1965 tegen Frankrijk en speelde uiteindelijk elf interlands voor de nationale zaterdagploeg die in 1971 zou ophouden te bestaan. Er werd vooral tegen Frankrijk, België en Duitse deelstaten gespeeld. Na elke interland werd er lovend over de ’onpasseerbare’ Kralt geschreven.

Kralt zou ’zijn’ Rijnsburgse Boys als actief voetballer altijd trouw blijven. In 1968 stopte hij nadat hij zijn trainerspapieren had gehaald en werd de eerste trainer van het net opgerichte Valken ’68. In 1970 besloot hij toch weer zijn kicksen aan te trekken en keerde hij terug bij Rijnsburgse Boys om in 1971 echt afscheid te nemen.

In het jubileumboek van Rijnsburgse Boys werd Kralt ’misschien wel de beste speler die ooit bij Rijnsburgse Boys heeft gespeeld’ genoemd.

Net binnen