Voor het slapen gaan controleer ik tientallen keren of het gasfornuis wel écht uit staat | Column Haroon Ali

Ik volg een strikte routine voor ik ’s avonds bij mijn vriend in bed kruip. Eerst check ik of de balkon- en voordeur goed op slot zitten, dan doe ik alle lampen en de verwarming uit. In de keuken trek ik de stekkers van de waterkoker en het koffiezetapparaat uit het stopcontact. Bij het fornuis blijf ik wat langer staan, omdat ik tientallen keren controleer of de zes knoppen met het streepje omhoog staan en we niet in ons slaap sterven door een gaslek. Vaak dwalen mijn gedachten af en moet ik opnieuw beginnen; van links naar rechts. Zo sta ik vijf minuten voorovergebogen naar de knoppen te turen.

Iedereen gaat anders om met onrust. De een bidt, de ander bootcampt iedere zondag. De een verwerkt zijn emoties in een zelfgebakken bananenbrood, de ander verliest zich in complottheorieën op internetfora. Maar als ik het gevoel heb dat ik de grip op het leven verlies, vertoon ik symptomen van een obsessief-compulsieve stoornis, leerde ik nota bene tijdens mijn studie psychologie, gevolgd door gesprekken met een therapeut. Door niks aan het toeval over te laten voel ik me zekerder in een onzekere wereld. Die kleine regeldingen heb ik tenminste zelf in de hand.

Ik heb dit soort trekjes altijd al gehad. Als kind kickte ik erop om de vakjes van mijn weektaak in te kleuren, als ik klaar was met mijn schoolopdrachten. Mijn moeder heeft mij ook nooit hoeven te vragen om mijn kamer op te ruimen; al mijn spullen hadden een vaste plek. Veel mensen worstelen nu met thuiswerken, maar ik werk al jaren thuis, als een soort monnik, die zijn hele dag inplant en netjes zijn to-do-lijst afwerkt. Maar soms sla ik door in mijn organisatiedrift. Zo vind ik het mooier als de alinea’s van mijn stukken precies even lang zijn, ook al ziet dat er heel anders uit in de krant.

Ik probeer niet toe te geven aan deze driften, want dan worden ze alleen maar erger. Orde en overzicht zijn een placebo tegen de gekmakende willekeur van het leven. Het is eigenlijk van de zotte hoeveel nare gebeurtenissen een mens op dagelijkse basis moet verwerken. Een Franse leraar die opkwam voor de vrijheid van meningsuiting werd onthoofd, waar ik nog steeds niet met mijn verstand bij kan. In Breda werd een teststraat belaagd door relschoppers die denken dat corona een sprookje is, in Berlijn werd het Duitse RIVM dit weekend aangevallen met brandbommen.

Nu geloof ik dat geen enkel mens ’normaal’ is, we hebben allemaal onze neuroses. En net als ieder abnormaal mens doe ik vrij normale dingen om mijn brein tot bedaren te brengen: sporten, wandelen, drinken met vrienden. Maar nu we weer worden aangespoord om zoveel mogelijk thuis te blijven, komen de muren op me af, in die stille momenten voor het slapen gaan. Dan loop ik nog een keer mijn agenda door, check voor de derde keer de wekker voor morgen. Alles onder controle.

Net binnen