De ’spannendste tijd’ voor de Katwijkse ziekte breekt aan - een therapie is dichtbij

Sanne van Rijn en Henk Hueting van patientenvereniging HCHWA-D.

Sanne van Rijn en Henk Hueting van patientenvereniging HCHWA-D.© Foto Hielco Kuipers

Wilfred Simons
Leiden/Katwijk

Het onderzoek naar de Katwijkse ziekte beleeft een ’renaissance’. Door intensief onderzoek, zowel in het LUMC als aan de Harvard Medical School, zijn de onderzoekers op een punt gekomen waarop ze hardop durven denken: een doorbraak kan niet lang meer op zich laten wachten.

Tussende 500 en duizend mensen zijn drager van een afwijkend gen, dat een plekje heeft op chromosoom 21. Doordat het gen niet goed codeert, veroorzaakt het een opeenstapeling van het giftige eiwit bèta-amyloïd op de bloedvatwanden. Het lichaam kan het eiwit niet afbreken. Vanaf ongeveer het 45-ste levensjaar is de ophoping zo groot, dat de dragers van het gen gevoelig worden voor hersenbloedingen en dementie-achtige verschijnselen. Een derde van de patiënten die een eerste hersenbloeding krijgt, overlijdt eraan.

De oorsprong van de ziekte ligt in een spontane genmutatie, die rond 1700 in Katwijk moet zijn ontstaan. De Katwijkers vormen een hechte gemeenschap en daarom komt de ziekte daar, en daarnaast in Scheveningen, veel voor. Maar ook in Australië, vooral in Perth en omgeving, wonen families van Katwijkse afkomst die drager zijn.

Afgelopen donderdag hield patiëntenvereniging HCHWA-D een internationaal online symposium om de actuele stand van zaken te bespreken. Daar bleek overduidelijk, dat de families waarin de Katwijkse ziekte veel voorkomt naar een oplossing snakken. LUMC-hoogleraar Neuroradiologie Mark van Buchem weet hoe de patiëntenvereniging hoe de families worstelen met zorgen, angsten en met levensvragen. Sommigen, die zich liever niet laten testen, leven altijd in onzekerheid. Een positieve test voelt als een doodvonnis. Kinderen krijgen, is geen vanzelfsprekendheid.

Perspectief

In de jaren ’80 en ’90 deed de Leidse hoogleraar neurochirurgie D.W. Luyendijk (1917-1995) veel onderzoek naar de Katwijkse ziekte. Hij stelde vast dat er een genetische oorzaak was. Daarna begon de belangstelling te tanen. Onderzoek was lastig. Destijds kon de ziekte alleen na de dood door obductie worden vastgesteld. Een perspectief op genezing ontbrak, het aantal patiënten was gering. De neurologen van het LUMC gingen andere dingen doen. De patiënten en hun families voelden zich in de steek gelaten.

Een ommekeer kwam toen de Amerikaanse hoogleraar neurologie Steve Greenberg van de Harvard Medical School belangstelling voor de Katwijkse ziekte kreeg. Er bestaat namelijk ook een niet-erfelijke variant, Cerebrale Amyloïd Angiopathie (CAA). Die ziekte is helemaal niet zeldzaam: zestien procent van alle dementiepatiënten heeft deze variant.

Greenberg zag in dat de Katwijkse ziekte perfect geschikt is als ’model’ om CAA mee te bestuderen. Een simpel bloedonderzoek is voldoende om het dragerschap vast te stellen. De eerste tekenen van amyloïd-opslag zijn al vijftien jaar voor de eerste hersenbloeding te zien en de patiënten kunnen dus lang worden gevolgd.

Tijdens een min of meer toevallige ontmoeting besloten Van Buchem en Greenberg samen een onderzoeksvoorstel te schrijven. Daar kregen ze financiering voor, waarna het onderzoek een renaissance beleefde: in Nijmegen, Leiden, Boston en Perth zijn onderzoeksgroepen opgebouwd, die intensief samenwerken.

Voor een toekomstige behandeling denken Greenberg en Van Buchem aan een gentherapie. Een stukje RNA met de juiste instructiecode moet de aanmaak van amyloïd-bèta blokkeren. ,,Blokkeer je het foute RNA, dan blokkeer je het foute eiwit’’, aldus Greenberg. ,,De werking is heel precies.’’

Hoe die therapie eruit moet zien, is nog niet bekend. Ambassadeur Sanne van Rijn van de patiënten waarschuwt ’dat er niets vast ligt’. De patiëntenvereniging HCHWA-D werkt samen met twee Amerikaanse biofarmaceutische bedrijven, Alnylam Pharmaceuticals en Biogen in Massachusetts, die onderzoek doen naar een mogelijke RNA-therapie.

Volgens Greenberg hebben deze ’slimme bedrijven’ eerder al ’breakthrough technologies’ gevonden. ,,Dit is de spannendste tijd voor deze ziekte ooit. We hebben de middelen, de betrokkenheid en de families. Alles komt samen. We weten dat er sterke kandidaat-behandelingen zijn. De oplossing is nabij.’’

Net binnen