Schaatsster Schouten na tweede triomf: er zit nog meer in

Irene Schouten.© Foto AP

ANP
PEKING

Glunderend verscheen schaatsster Irene Schouten na haar tweede olympische titel in Peking voor de NOS-camera. „Er zit nog meer in”, liet de glorieuze winnares van de 5.000 meter opgetogen weten. De 29-jarige kopvrouw van Team Zaanlander schreef eerder in China ook al de 3.000 meter op haar naam.

„Ik voelde me voor de wedstrijd al heel goed”, vervolgde Schouten, die bij de Winterspelen in China ook nog uitkomt op de ploegachtervolging en massastart. „Maar toen zag ik eerst de tijd van Sablikova en daarna van Weidemann”, doelde ze op de nummers 3 en 2 van het eindklassement. „Toen dacht ik wel, ik moet nu echt, echt aan de bak. Tijdens de rit hoorde ik mijn coach Jillert Anema al wel zeggen dat het goed ging en dat ik op het schema zat. Ik kon in de laatste vijf ronden ook nog versnellen en dan komt er zo’n mooie tijd uit. En dan heb je weer goud.”

Een blik op de eindtijd van 6.43,51 en het verschil van bijna 5 seconden met nummer 2 Isabelle Weidemann doet vermoeden dat Schouten eenvoudig naar het goud reed. Ze voelde zich goed en had tegen haar coach gezegd dat ze niet op een specifieke tijd wilde rijden. De toptijd van de Canadese (6.48,18) hielp haar ook om gefocust te zijn. „Ik weet dat ze een goede 5 kilometerrijdster is, maar ik wist dat ik in vorm was en dat gaf me nog meer vertrouwen.”

Lees ook: Irene Schouten maakt favorietenrol waar en pakt ook goud op de 5.000 meter

Na zes rondjes voelde Schouten zich zo goed dat ze ging versnellen. Als enige schaatsster in het veld kan ze dat, de 12,5 rondjes op de 5.000 meter in een aflopend schema schaatsen, steeds een iets sneller rondje. „Dat zit in mijn lichaam en komt door bepaalde training. En wellicht ook door de marathons. Daar moet ik ook de laatste ronde snel”, vertelde de Noord-Hollandse, die op 1 januari van dit jaar voor de zesde keer op rij Nederlands marathonkampioen op kunstijs werd. „Alle 5.000 meters die ik goed rij, schaats ik op die manier.”

Dat vermogen levert haar ook de wetenschap op dat ze desnoods nog iets kan rechtzetten op het einde. „Als ik in ronde 3 twee tienden van een seconden verlies raak ik daar niet van in de war. Ik weet altijd dat ik op het eind nog kan versnellen waar bij de meeste meiden de rondetijden oplopen. Soms pak ik zelfs nog een seconde in de laatste ronde.” En dat gebeurde, 1,66 seconde was ze zelfs sneller dan Weidemann in de slotronde.

Schouten keek verbaasd op toen ze tijdens het interview te horen kreeg dat ze met haar tijd van 6.43,51 naast een olympisch record en een persoonlijke toptijd ook een Nederlands record had gereden. „Oh ja, daar heb ik helemaal niet aan gedacht”, sprak ze stralend. „Sorry, ik dacht alleen aan het pr en het olympisch record. Het Nederlands record was ik even vergeten, maar olympisch goud is natuurlijk veel belangrijker.”

Twee keer goud heeft Schouten op zak. Twee kansen heeft ze nog te gaan, op de ploegachtervolging en de massastart, maar dat is volgens haar minder zeker. „Hoe moet ik dat zeggen?”, zocht ze naar de juiste woorden. „De twee makkelijke heb ik. Dit heb ik in controle. Als je goed bent, heb je het zelf in de hand. Dat heb je met de ploegachtervolging en de massastart niet.”

Lees hier alles over de Winterspelen in Peking.

Net binnen