Roem is soms gewoon geluk. Het grote succes van ’Tubular Bells’ overkwam de in zichzelf gekeerde Mike Oldfield | Classic Album

FRED HOOGENDOORN

Elke zaterdagavond kijken we op deze plek terug op een klassieker in de pop/rock. Geïnspireerd door Spotify. Daar zie je regelmatig: ’als je dit leuk vindt, luister dan ook hiernaar’. En zo komt de nieuwe generatie terecht bij onder meer The Doors, Pink Floyd en wie dan ook. Vandaag: ’Tubular Bells’ van Mike Oldfield uit 1973.

Succes is soms gewoon geluk. De 20-jarige Mike Oldfield kreeg in 1973 van alle platenmaatschappijen een ’nee, bedankt’ te horen toen hij zijn louter instrumentale compositie ’Tubular Bells’ aanbood. Totdat Richard Branson vond dat die wat in zichzelf gekeerde Engelsman een kans verdiende. Hij mocht in diens studio in de onrendabele uren aan de slag gaan. Het werd het eerste album op Bransons label Virgin. John Peel, de toonaangevende dj van de BBC, draaide de volle 49 minuten van ’Tubular Bells’ in zijn radioshow. Met als gevolg een run op het album, de dagen erna in Groot-Brittannië. En toen het begin van het werkstuk - ongevraagd - kort daarna werd gebruikt als soundtrack van de geruchtmakende horrorfilm ’The Exorcist’, volgde de rest van de wereld.

Van ’Tubular Bells’ zijn tientallen miljoenen exemplaren verkocht. Voor zowel Oldfield als Branson was het een goudmijn.

En nu, bijna vijftig jaar later? Nu klinkt ’Tubular Bells’ als een wat merkwaardige verzameling van minimale muziekpatroontjes die alsmaar worden herhaald en waaraan steeds nieuwe instrumenten worden toegevoegd. Beetje langdradig, beetje suf, beetje rommelig.

Maar het was in 1973 de juiste muziek op het juiste moment. Met name liefhebbers van het wat opgeblazen genre symfonische rock veerden ervan op. Bovendien was het toen goed hash en wiet roken op die 49 minuten geestverruimende muziek.

Luister hier naar de playlist The Classic Albums

Net binnen