Had ik vroeger ook maar zo’n intimiteitscoach gehad | column

Joost Prinsen

We filmden dit keer in een fraaie villa. Ik kan me niet herinneren ooit op zo’n comfortabele locatie geweest te zijn.

Precies tien jaar geleden deed ik verslag van een filmdag met de zanger Jan Smit. Citaat: ’De locatie was als altijd de bekende uitgewoonde loods. Nu ik erover nadenk: ik geloof niet dat ik ooit ergens anders heb mogen filmen dan in afgeschreven bouwvallen.’

Daar is sedertdien geen verbetering in gekomen. Tot vorige week in die villa. „Verderop in de straat woont Linda de Mol”, zei een medewerker eerbiedig. Kennelijk kunnen ook gebouwen hun status ontlenen aan andere gebouwen. Zoals mensen de neef van Doris Day kunnen zijn en dieren de zoon van Quicksilver S of Jojo Buitenzorg.

De filmset was als altijd bezaaid met een onnoemlijk aantal technici, assistenten en assistenten van assistenten. Dit alles volgens de slogan: ’a long list of cast and crew. God allone knows what they do’.

Tijdens de lunch, die zelden voor drie uur ’s middags plaats vindt, hoorde ik aan een tafeltje naast me: „Dus toen dacht ik, laat ik toch even de intimiteitscoach bellen.”

Intimiteitscoach?

Ik dacht aanvankelijk dat het de pointe was van een mop, maar het bleek bittere ernst. Ik schoof aan. Een jong actrice, talentvol vond ik, ik had die ochtend een mooie scène met haar mogen spelen, gaf toelichting.

„De tijd dat regisseurs het vrouwelijk bloot naar believen konden filmen en monteren is voorbij. Je kunt bij voorbeeld eisen dat bij de verfilming van je borsten de tepels niet te zien zijn. Blijkt later dat het toch in de film zit. Zo’n coach kan daar bij de montage de rem op zetten. Ook kan zij, het is altijd een zij, meestal een actrice bij de opname aanwezig zijn. En dan instructies geven: „Leg die hand daar en je arm zo, dan komt het decent in beeld.”

Geen overbodige luxe! Zo’n coach had ik ook ooit goed kunnen gebruiken. Een kleine veertig jaar geleden moest ik als boerenknecht een keer zoenen bij een filmopname. Een klassieke vrijscène in het hooi. De camera stond een eind weg dus we rommelden maar wat. „Nu snel een close shot’, riep de regisseur, „en het zoenen mag wat levensechter.”

Later bleek dat close shot niet in de film te zitten. En die actrice ging roddelen dat ik met de regie onder één hoedje had gespeeld. Vanwege een armzalige tongzoen voor de camera. Metoo avant la lettre. Was er toen maar een intimiteitscoach geweest! Die had mij in bescherming kunnen nemen tegen die onzinpraatjes.

Rest de vraag waarom mijn jonge collega die coach wilde bellen. Ze zei: „Ik heb nooit problemen gehad hoor. Maar nu kwam ik mijn tegenspeler tegen met wie ik komende maand ga filmen. ’Ik verheug me op onze seksscène’, zei hij. Ik dacht: Toch even aan de bel trekken.”

Ik ben erg blij dat ik niet in de schoenen van die intimiteitscoach sta.