1 juli is een dag om samen het slavernijverleden te herdenken en de vrijheid te vieren | column

Janice Deul

’Slavernijverleden? Ach, daar heb ik niet zoveel mee. Dat is zooo lang geleden’. Ik hoor het mezelf nog zeggen, live op de Amsterdamse TV. Er zijn geen beelden meer van die uitzending - uit 2005, schat ik in - en daar ben ik niet rouwig om, want ik ben niet trots op de uitlatingen die ik destijds deed.

Me ervoor schamen doe ik echter evenmin. Ik stond destijds heel anders in het leven. Was druk met het hier en nu. Had geen zin in ellendeverhalen over de slavernij en aanverwante zaken, want dat was geschiedenis. Die periode had niks te maken met mijn eigen schijnbaar glamoureuze bestaan noch met wie ik was of wilde zijn. Dat dacht ik toen althans. Inmiddels weet ik beter en realiseer ik me dat de gevolgen van het koloniale verleden nog altijd merkbaar zijn in het heden. Qua achterstelling van mensen qua kleur op velerlei gebied. En dus ook waar het zaken als mode, schoonheid en kunst betreft, de onderwerpen waar ik me beroepshalve mee bezighoud.

Komende vrijdag is het 1 juli ofwel ’Dia di Abolishon’. Wellicht beter bekend als ’Keti-Koti’ (spreek uit kittie-kotti, letterlijk: ’de ketenen verbroken’ in het Sranan). Op deze dag wordt stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Officieel gebeurde dat in 1873, maar de tot slaaf gemaakten moesten nog tien jaar gratis werken, dus aan hun knechtschap kwam pas in 1873 een eind.

Het erkennen van het leed en onrecht dat generaties mensen systematisch is aangedaan, valt menigeen in ons landje zwaar, ook al worden er de laatste tijd symbolische stappen gezet. Lokale overheden en instituties als De Nederlandsche Bank zeggen ’sorry’, de Curaçaose verzetsheld Tula werd in Rotterdam met een straatnaam geëerd en in steeds meer gemeenten wordt een Keti-Kotiherdenking georganiseerd.

De regering blijft echter in gebreke. Op formele excuses wordt al tijden gewacht. Om van herstelbetalingen maar helemaal niet te spreken. Ook is Keti-Koti nog steeds geen nationale vrije dag en heeft 1 juli niet de status die het verdient. Ik neem dus weer komende vrijdag. Jij hopelijk ook. Om samen te herdenken, de vrijheid te vieren en bij het slavernijverleden stil te staan. Dat is geen zwarte bladzijde in onze geschiedenis, maar een compleet hoofdstuk. Een zaak dus, die eenieder in ons land ter harte moet gaan.