Iran stelt geen enkele band te hebben met aanvaller Rushdie

ANP Producties | Bron: ANP
TeheranNew York

Iran heeft naar zeggen geen enkele band met de man die vrijdag in de staat New York de vermaarde schrijver Salman Rushdie met een mes aanviel. "Wij ontkennen categorisch elke band tussen de aanvaller en Iran. Niemand heeft het recht onze republiek te beschuldigen", aldus een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Teheran.

Hij vindt dat niet Iran, maar juist Rushdie en zijn aanhangers schuldig zijn aan het incident. "Door een rode lijn te overschrijden waarmee anderhalf miljard moslims diep worden beledigd, stellen ze zichzelf bloot aan de woede van mensen", zegt de regeringswoordvoerder.

Rushdie stond in het noorden van de staat New York op het punt een lezing te geven toen de 24-jarige Hadi Matar uit New Jersey met een mes het podium bestormde en de schrijver neerstak. Hij verwondde ook een gespreksleider op het podium licht. Rushdie is zwaar gewond geraakt en verliest mogelijk een oog. De dader is gearresteerd. Hij zou volgens zijn alleenstaande moeder in de VS niet religieus zijn opgevoed en zou mogelijk radicaal islamitisch gedachtegoed zijn gaan koesteren na een bezoek aan zijn vader in Libanon, berichtte de krant Daily Mail. De advocaat van Matar wilde niets kwijt over zijn cliënt en zei dat de volgende hoorzitting op 19 augustus zal zijn.

Fatwa

Rushdie publiceerde in 1988 het boek De Duivelsverzen, dat door een deel van de islamitische wereld werd opgevat als een belediging van de islam en de profeet Mohammed. Moslims hielden massale betogingen tegen de schrijver en zijn boek. In 1989 verklaarde de toenmalige geestelijk leider van Iran, de sjiitische ayatollah Ruhollah Khomeini (1902-1989), Rushdie vogelvrij en riep moslims op om hem te doden. Rushdie dook tien jaar onder en kreeg permanente bescherming van de Britse politie. Er is op zijn minst één poging gedaan om hem te vermoorden: een mislukte bomaanslag.

De Iraanse regering heeft zich na de dood van de ayatollah gedistantieerd van de fatwa, het religieuze vonnis waarmee Rushdie en de uitgevers van zijn boek ter dood werden veroordeeld. Groepjes extremisten gaan er echter van uit dat de fatwa nog altijd geldt, omdat dergelijke oproepen van een hoge sjiitische geestelijke na diens dood niet meer zouden kunnen worden gewijzigd of ingetrokken. Maar Rushdie was eerder ook niet meer zo onder de indruk van de fatwa van Khomeini. Hij noemde het "meer een retorische kreet dan een daadwerkelijke bedreiging". Er was ook een beloning van circa 3 miljoen dollar uitgeloofd voor de moord op de schrijver, maar volgens een eerdere uitspraak van Rushdie was er "nog geen bewijs dat er mensen zijn die in die beloning geïnteresseerd zijn".

Net binnen