Wanneer kun je echt niet meer zelfstandig wonen? De alleroudsten van Leiden en de psychische gevolgen van de zelfstandigheid

Mieke van Riel in haar bovenwoning in Oegstgeest. Ze heeft een kamer voor haar hobby: het maken van miniatuurkamers met behulp van zelfmontage-kits.© Foto’s Leonie van der Helm

Suzanne Bremmers
Leiden

Veruit het grootste deel van de 85-plussers in Leiden woont zelfstandig. Als zij bereid zijn aanpassingen te doen -aan het huis, contact zoeken met de buren of toch die rollator te gebruiken- gaat dat goed. Een deel blijft hardnekkig vasthouden aan de eigen woning, ook al lukt dat eigenlijk niet meer.

Ze woont heerlijk in haar bovenwoning in Oegstgeest. Er is zelfs een aparte kamer voor haar grootste hobby: het maken van miniatuurkamers met behulp van zelfmontage-kits. Toch was Mieke van Riel (82 jaar) uit Oegstgeest bereid om dat op te geven. In 2019 werd Van Riel wakker met een ongelooflijke pijn in haar rug. Ze kon niet meer opstaan, niet meer bewegen. Al snel bleek dat ze ingezakte ruggenwervels had. Ze werd tijdelijk opgenomen in het verpleeghuis. Toen ze na maanden van revalidatie weer thuis was, is ze gaan nadenken over haar woonsituatie, want fysiek kan ze veel minder. Zou het niet beter zijn als ze ergens zou gaan wonen waar er voor haar gekookt wordt en waar ze meer aanspraak heeft? „Ik informeerde en zocht en maakte tegelijkertijd een onthechtingsproces door”, vertelt ze. „Want ik nam afscheid van mijn bezittingen, van mijn huis. Toch was ik bereid dat te doen.” Uiteindelijk was het niet nodig, want al snel bleek dat er geen betaalbaar plekje te vinden is in Oegstgeest. „Alle inkomsten zouden dan maandelijks naar de woning gaan en ik zou moeten leven van de overwaarde van dit huis. Dat gaat mij echt te ver. Op dat moment was er nog niet eens inflatie.”

Lees ook: Leidse verpleeghuizen en thuiszorg zijn tjokvol: ’We moeten meer vragen van familie, naasten en buren’

Van Riel stelt dat het goed zou zijn als de overheid samen wonen eenvoudiger zou maken. Dat dit niet ten koste zou gaan van de aow. „Alleen al in deze straat wonen meerdere mensen alleen en in alle gevallen ook nog in veel grotere huizen. Het zou mogelijk moeten zijn een woning met iemand te delen of in een hofje te wonen. Je helpt elkaar dan en op die manier bespaart de overheid ook weer zorgkosten.”

Veerkrachtig

Veel 85-plussers wonen zelfstandig. Slechts 10 procent van hen woont in een verpleeghuis. Sinds 2015 stimuleert de overheid het zelfstandig wonen ook. In Leiden blijft bijna een derde (32 procent) van de 85-plussers wonen in het huis waar ze al dertig tot veertig jaar wonen. Een groot deel van hun leven heeft zich in dit huis afgespeeld. De kinderen zijn hier grootgebracht, er is daar zoveel gebeurd.

Een deel van deze groep tachtigplussers is bereid aanpassingen aan het huis te doen vanwege de ouderdom. Ze accepteren de gebreken die daar soms bij komen kijken. Ze zoeken meer contact met buren. „Het duurt wel even, maar uiteindelijk komt die rollator er toch en wordt huishoudelijke hulp of de thuiszorg ingeschakeld als dat nodig is”, zegt ouderenpsychiater Caroline Sonnenberg van GGZ inGeest. „Deze mensen zijn veerkrachtig en accepteren de veranderingen. Ze denken: dit is nu eenmaal de consequentie van thuis willen blijven wonen.”

Gebrek aan overzicht

Sonnenberg werkt al tien jaar aan een groot landelijk onderzoek naar de gevolgen van de vergrijzing. Zo wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de gevolgen van lang zelfstandig thuis wonen. Sonnenberg weet daarom dat er ook een groep thuiswonende tachtigplussers is die niet bereid is zich aan te passen. Dat komt meestal door cognitieve beperkingen. „Het geheugen en concentratievermogen gaan achteruit. Het kan zijn dat bij deze tachtigplussers dementie aan het ontwikkelen is. Ze kunnen niet meer bedenken hoe ze hun leven het beste kunnen organiseren. Ze missen het overzicht om te bedenken hoe het zou zijn om bijvoorbeeld in een hofje te wonen en de voor- en tegens af te wegen van dat grote huis. Dat vergt planning en dat kunnen ze niet meer zo goed. Het enige dat ze zeker weten is dat ze hun huis absoluut niet uit willen. Dit kan grote problemen opleveren.”

Mieke van Riel: ,,Nieuwe dingen houden je bij de tijd. Bovendien krijg je die belangstelling voor de ander altijd driedubbel terug.’’© Foto Leonie van der Helm

Als deze tachtigplussers thuis blijven wonen, worden ze angstig en depressief. Onderzoeker Max Stek deed in 2006 onderzoek binnen een groep van 500 tachtigplussers in Leiden en vond dat elk jaar bijna 7 procent een depressie had ontwikkeld. Landelijk gezien krijgt inmiddels 14 procent van de mensen boven de 55 jaar een depressie. Dat percentage neemt toe naarmate mensen ouder worden tot 20 procent boven de 75 jaar. Dat heeft te maken met dat vanaf 75 jaar relatief meer mensen lichamelijke gebreken en beperkingen krijgen. Ook verliezen ouderen vanaf 75 jaar veel naasten.

Nietpluisfase

Ook de gemeente Leiden weet dat het aantal tachtigplussers de komende jaren fors toeneemt. Om in te spelen op de behoeften van tachtigplussers is de gemeente bezig met de uitvoering van het ’actieplan’ Leiden op Leeftijd. De gemeente wil een dementievriendelijke gemeente worden, want het aantal inwoners met dementie die zelfstandig wonen, neemt tot 2030 met ongeveer de helft toe tot 1840 mensen. 85 procent zit in de ’nietpluisfase’. Dat betekent dat ouderen op basis van hun gedrag voelen dat er iets niet klopt, maar ze zijn nog niet gediagnosticeerd.

Verder probeert de gemeente Leiden zicht te houden op 75-plussers via het welzijnsgesprek met een ’seniorencoach’. Iedereen die 75 wordt, krijgt een uitnodiging. Probleem is dat zestig procent van deze groep niets van zich laat horen na het ontvangen van de uitnodiging. Dat kan zijn omdat mensen het als bemoeizorg ervaren, maar er kan ook echt wat aan de hand zijn. Daarom denkt de gemeente na over andere manieren om alleen die 75-plussers te benaderen waarbij de gemeente aanwijzingen heeft van toegenomen kwetsbaarheid, zoals het niet ophalen van het rijbewijs of het aanvragen of afsluiten van zorg.

Onderzoeker Sonnenberg raadt de gemeente ook aan om binnen bestaande netwerken zicht te krijgen op kwetsbare ouderen. „Benader bijvoorbeeld de kerken en vraag of zij weten wie meer zorg en ondersteuning nodig heeft.”

Een andere manier om hulp te bieden aan zelfstandig wonende tachtigplussers die dat nodig hebben, is het aanbieden van tijdelijke logeerplekken met zorg. Deze plekken komen in zicht als het thuis even niet meer gaat waardoor de routine wordt doorbroken. Routine is heel belangrijk, legt Sonnenberg uit. „Mensen doen bijvoorbeeld altijd op maandag de was omdat ze dat altijd hebben gedaan. Maar als die routine doorbroken wordt - bijvoorbeeld door iets kleins als een blaasontsteking - kunnen ze die niet meer volhouden en kunnen ze ineens heel verward raken. De familie wordt dan ingeschakeld en blijft logeren, maar niet iedereen heeft familie.”

Die tijdelijke logeerplek is de haarlemmerolie van de zorg en heet officieel het kortdurend eerstelijnsverblijf (ELV). In Leiden kan dat bijvoorbeeld bij Topaz Revitel, tegenover het LUMC. Op de website wordt een beeld geschetst van een hotel-achtige setting waar gerevalideerd kan worden. Ook wordt prominent vermeld dat bezoek altijd welkom om zo duidelijk het verschil met een verpleeghuis duidelijk te maken. Deze zorg wordt vergoed vanuit de zorgverzekering en er zijn voldoende bedden in Leiden, want de beschikbare capaciteit is vanaf 2018 nog nooit volledig gebruikt.

Toch waarschuwt Sonnenberg voor een tweedeling in de samenleving tussen mensen die wel of geen geld hebben. „Rijke families zetten voor even 24-uurs zorg in als het misgaat of zij nemen hun moeder tijdelijk in huis. Mensen die niet zo veel geld hebben, kunnen dat allemaal niet. Ik vind dat de overheid mensen alleen langer thuis kan laten wonen als ze bedacht is op goede opvang als het even niet gaat, en wel voor iedereen.”

Tot bloei

En soms is het verpleeghuis of een aanleunwoning toch een betere keuze. Uit onderzoek onder Leidse tachtigplussers van Max Stek blijkt het verpleeghuis een veroorzaker van depressie onder ouderen. Ze zijn er ongelukkig, maar Sonnenberg weet dat die gevoelens heel vaak verdwijnen na de eerste paar maanden. „De eerste tijd in het verpleeghuis is vaak moeilijk omdat mensen moeten wennen. Ze zeggen naar huis te willen en de familie vraagt zich af of ze wel de goede keuze hebben gemaakt door vader of moeder weg te brengen. Maar na een paar maanden knappen veel ouderen op. Ze raken gewend aan de routine van het verpleeghuis, krijgen lekker eten en vinden het gezellig om samen met anderen te zijn. Tachtigplussers kunnen na jarenlang alleen te zijn geweest ook weer tot bloei komen in het verpleeghuis.”

Mieke van Riel: ,,Ik was altijd heel druk, maar fysiek kan ik nu veel minder. Sindsdien speelt mijn leven zich vooral in huis af en rommel ik wat aan.”© Foto Leonie van der Helm

’Ouder worden is een proces van afscheid nemen’

Mieke van Riel (82) woont in een bovenwoning in Oegstgeest. Dat gaat goed, maar ze krijgt wel hulp.

Twee keer per dag komt de thuiszorg om haar steunkousen aan en uit te trekken. Ze heeft huishoudelijke hulp en haar boodschappen en bloemen worden tot bovenaan de trap gebracht. Sommige bezorgers zetten de boodschappen zelfs op het aanrecht. Van Riel prijst de thuiszorg van Marente. Ze helpen haar met de kousen, maar houden ook een oogje in het zeil. ,,Als ik een minder goede dag heb, voelen ze dat meteen aan. Ze maken een praatje, blijven wat langer.”

Ook na het overlijden van haar beste vriendin stonden ze voor haar klaar. ,,Als je iemand vindt met wie je lief en leed deelt, ben je spekkoper. Ik huil nooit, maar na haar overlijden, kwam er geen eind aan de tranen. Tot en met de begrafenis heb ik, naast de steun van mijn vrienden, zo’n enorme steun ervaren van de thuiszorg.”

Vanaf drie jaar geleden, toen haar ruggenwervels van de een op de andere dag waren ingezakt, moest Van Riel al haar bestuurlijke taken en clubjes opzeggen, die ze nog altijd had, ook al was ze al met pensioen. ,,Ik was altijd heel druk, maar fysiek kan ik nu veel minder. Sindsdien speelt mijn leven zich vooral in huis af en rommel ik wat aan.”

Eigenlijk vindt Van Riel daar niets aan. Het kost haar meer moeite om in beweging te komen. Om toch even met de rollator naar buiten te gaan en een wandelingetje te maken. ,,Men onderschat hoe moeilijk het voor ouderen is om de energie te vinden om er elke dag toch weer wat van te maken. Ouder worden is een proces van afscheid nemen. Het wordt alleen maar minder. Ik weet dat de gemeente van alles doet, ook tegen eenzaamheid, maar dat zijn allemaal actieve dingen, buitenshuis. Ik zou het heel erg vinden als ik hier over vijf jaar nog precies zo zou zitten, in deze stoel. Nee, ik zeg altijd: als ik kom te overlijden, mag de vlag uit. Ik heb een prachtig leven gehad.”

De truc om plezier te houden, is volgens Van Riel om vooral geïnteresseerd te blijven in de ander. ,,Er zijn ouderen die soms dagen niemand spreken. Als er dan iemand komt, ratelen ze aan een stuk door over zichzelf. Ik vind het juist belangrijk om ook te vragen naar de ander. Interesse te tonen, vragen naar de vakantie. Je leert er nog eens wat van. Nieuwe dingen houden je bij de tijd. Bovendien krijg je die belangstelling voor de ander altijd driedubbel terug.”

Lees ook: Leidse verpleeghuizen en thuiszorg zijn tjokvol: ’We moeten meer vragen van familie, naasten en buren’

Lees ook: Louky (94) regisseert haar leven van achter haar computer. De alleroudsten van Leiden zijn actiever, gezonder, ze leven langer en wonen vaker zelfstandig

De alleroudsten van Leiden

Dit is het derde deel in een serie over de alleroudsten van Leiden. Volgende week zaterdag verschijnt het laatste deel. Deze serie is mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Net binnen