Vriendjespolitiek in de media? Wat een onzin, iedereen met talent is welkom, dus ook de kinderen van | column

Nhung Dam

Er verscheen een column in NRC over nepotisme in de media. Columniste Van den Nieuwenhuizen rekent af met vriendjespolitiek, met name het vergeven van belangrijke, lucratieve of interessante posten aan kinderen die hetzelfde werk gaan doen als hun ouders.

Ze hield zelfs een lijst bij met kinderen-van. In de column de vraag waarom er zo weinig over wordt gesproken. Bij het lezen dacht ik: wat is precies het probleem? Het is niet raar dat je als kind, opgroeiend in de omgeving van je ouders, later besluit hetzelfde te gaan doen. Dat gebeurt in zoveel sectoren, in de zorg, sport, en ja, vast ook in de media.

De mediawereld is keihard. Je moet het nog altijd zelf waarmaken. Daar kan papa of mama weinig aan doen. Geen fluwelen handschoenen. Je ouders gaan die column niet voor je schrijven of dat televisieoptreden voor je doen. Al zouden je ouders dat kopje koffie met een eindredacteur voor je hebben geregeld, vervolgens is het nog zaak zelf te presteren en het waar te blíjven maken. Misschien zelfs vanuit een nog moeilijker startpunt. Het is nog maar de vraag of je als je als kind-van met een voorsprong begint. Als kind in de voetstappen van je gloriërende ouders treden, ik benijd ze niet. Want: alle ogen zijn op je gericht en de verwachtingen zijn hooggespannen.

Wat zou Van den Nieuwenhuizen met de bijgehouden lijst gaan doen, vraag ik me af. De lijst met de dochter van die en die, de zoon van die en die. In plaats van te focussen op uitsluiting van mensen die zogenaamd ten onrechte op hun post zitten, lijkt het mij zinvoller je te richten op hoe we posities inclusief kunnen maken en houden: iedereen met de beste talenten en kwalificaties is welkom, dus ook de kinderen van.

Hadden we Jan Lammers moeten verbieden te racen, omdat zijn vader ook coureur is geweest?

Zelf ben ik blij dat ik me in de luwte heb kunnen ontwikkelen, zonder hoge verwachtingen van de buitenwereld en of ik het niveau van mijn ouders zou kunnen aantikken. Je eigen stem ontwikkelen, daar hoort voor de kinderen-van, onlosmakelijk ook het afzetten tegen de prestaties van je ouders bij. Die ballast had ik niet. Bovendien, ik mag toch hopen dat mijn bemachtigde ’plek’ zonder uit het ’juiste nest’ te komen, niet is vrijgekomen door iemand uit een zogenaamd bevoorrecht milieu tegen te houden.

In sectoren waar topsport wordt bedreven bestaat er geen onrechtmatige begunstiging aan iemand die je goed kent. Daar is te veel talent voor. En ondermaatse prestaties blijven niet onopgemerkt. In dit vak kun je nou eenmaal niet op een oneigenlijke manier aan succes komen. Dat je moeder nou net die en die kent, heel fijn. Goed, misschien regelt ze nog net die kennismaking. Vanaf het kopje koffie moet je het toch echt zelf doen, bij de eerste ontmoeting kun je het al verknallen, daar kunnen je ouders weinig aan doen. Behalve je van tevoren succes wensen.